Hoe zeg je "meten" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “meten” is “medir” — gebruik 'medir' als je wilt zeggen dat je de afmetingen van iets bepaald (bijvoorbeeld lengte, breedte, hoogte) of een hoeveelheid vaststelt.
medir
meh-DEERmeˈðiɾ

Voorbeelden
Tengo que medir la ventana para comprar las cortinas.
Ik moet het raam opmeten om de gordijnen te kopen.
El carpintero midió la madera con mucho cuidado.
De timmerman mat het hout heel voorzichtig op.
Es difícil medir el éxito solo con dinero.
Het is moeilijk om succes alleen met geld te meten.
De 'E' naar 'I' Wisseling
Dit werkwoord is een 'stamwisselaar'. In veel tegenwoordige tijden en de 3e persoon verleden tijd verandert de 'e' in het midden in een 'i'.
Meten is Weten
In tegenstelling tot sommige Nederlandse werkwoorden die 'zijn' gebruiken (bijv. 'het is 5 meter lang'), gebruikt het Spaans vaak het actieve werkwoord 'medir' om afmetingen te beschrijven.
De 'Yo' Vorm Fout
Fout: “Yo medo la mesa.”
Correctie: Yo mido la mesa. (Onthoud dat de 'e' verandert in 'i' in de tegenwoordige tijd!)
medición
Voorbeelden
La medición de la habitación fue muy fácil.
De meting van de kamer was erg makkelijk.
Werkwoord of Zelfstandig Naamwoord?
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.
