Hoe zeg je "narigheid" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “narigheid” is “disgusto” — B1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Mi abuelo se llevó un gran disgusto cuando perdió su reloj.
Mijn opa was erg van slag toen hij zijn horloge verloor.
No quiero darle un disgusto a mi madre con mis notas.
Ik wil mijn moeder geen last bezorgen met mijn cijfers.
Tuvimos un pequeño disgusto por un malentendido.
We hadden een kleine onenigheid door een misverstand.
Vals Vrienden Alert!
In het Spaans gaat 'disgusto' meestal over verdriet of ergernis, niet over 'walging' (revulsie). Als je wilt zeggen dat iets vies is, gebruik dan 'asco'.
Gebruik van 'Dar' vs 'Llevarse'
Gebruik 'dar' als jij de oorzaak bent van de narigheid ('Ik gaf hem narigheid') en 'llevarse' als jij degene bent die de narigheid ervaart ('Ik ontving narigheid').
Verwarring tussen 'Disgusto' en 'Asco'
Fout: “Esa comida me da disgusto.”
Correctie: Esa comida me da asco.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.