Hoe zeg je "pasgeboren" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “pasgeboren” is “nacido” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Mi abuelo era un hombre nacido en el campo.
Mijn grootvader was een man geboren op het platteland.
La recién nacida está durmiendo tranquilamente.
De pasgeboren (meisje) slaapt vredig.
Los problemas nacidos de la crisis son evidentes.
De problemen die uit de crisis voortkomen, zijn duidelijk.
Overeenkomst is Cruciaal
Als bijvoeglijk naamwoord moet 'nacido' overeenkomen met het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft in zowel geslacht (mannelijk/vrouwelijk) als getal (enkelvoud/meervoud): 'nacida' (v. ev.), 'nacidos' (m. mv.), enz.
De klemtoon op 'Recién' Vergeten
Fout: “Muchos padres quieren ver a su recien nacido.”
Correctie: Het bijwoord 'recién' (recentelijk) moet een klemtoon hebben als het vóór het voltooid deelwoord staat: 'recién nacido'.
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.