Hoe zeg je "rookwaar" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “rookwaar” is “cigarro” — gebruik 'cigarro' voor een individuele, gerolde sigaret gemaakt van tabaksbladeren, vaak met een filter..
cigarro
/see-GAH-rroh//siˈɣa.ro/

Voorbeelden
Se me acabó el cigarro, ¿tienes uno?
Mijn sigaret is op, heb jij er een?
¿Me das un cigarro, por favor? Se me acabó el mío.
Mag je me alsjeblieft een sigaret geven? Ik heb de mijne opgebruikt.
Ella fue afuera a fumar un cigarro durante el descanso.
Ze ging naar buiten om een sigaret te roken tijdens de pauze.
Mannelijk Zelfstandig Naamwoord
Onthoud dat 'cigarro' altijd een mannelijk woord is, dus je moet 'el' (de) of 'un' (een) ervoor gebruiken. Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse 'de sigaret'.
Verwarring door Regionaal Gebruik
Fout: “Het gebruiken van 'cigarro' om 'cigar' (sigaar) te betekenen in Spanje.”
Correctie: In Spanje betekent het 'sigaret'. Voor het grotere tabaksproduct gebruik je 'puro' of 'cigarro puro'.
tabaco
/tah-BAH-koh//taˈβa.ko/

Voorbeelden
Voy a comprar tabaco para hacer mis propios cigarrillos.
Ik ga tabak kopen om mijn eigen sigaretten te maken.
El tabaco es una planta originaria de América.
Tabak is een plant die oorspronkelijk uit Amerika komt.
Compré una bolsa de tabaco para liar mis propios cigarrillos.
Ik kocht een pakje tabak om mijn eigen sigaretten te draaien.
Altijd mannelijk
Hoewel het eindigt op '-o', moet je onthouden dat 'tabaco' altijd een mannelijk zelfstandig naamwoord is. Je gebruikt dus 'el' of 'un' ervoor, net als bij Nederlandse mannelijke woorden zoals 'de stoel'.
Cigarro versus Tabaco
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

