Hoe zeg je "sigaar" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “sigaar” is “cigarro” — gebruik 'cigarro' voor een sigaar in de algemene zin, vooral als het gaat om een grotere, opgerolde tabaksplant om te roken..
cigarro
/see-GAH-rroh//siˈɣa.ro/

Voorbeelden
Mi abuelo solo fuma cigarros en ocasiones especiales.
Mijn grootvader rookt alleen sigaren bij speciale gelegenheden.
Compramos un cigarro dominicano muy aromático.
We kochten een zeer aromatische Dominicaanse sigaar.
puro
POO-roh/ˈpuɾo/
Voorbeelden
Se sentó en el porche a fumar un puro.
Hij zat op de veranda om een sigaar te roken.
Los puros cubanos son famosos en todo el mundo.
Cubaanse sigaren zijn beroemd over de hele wereld.
Het zelfstandig naamwoord versus het bijvoeglijk naamwoord
Wanneer 'puro' als zelfstandig naamwoord wordt gebruikt, verwijst het altijd naar een sigaar en is het altijd mannelijk ('el puro'). Als bijvoeglijk naamwoord verandert het van vorm ('pura'). De context zal je vertellen welke wordt gebruikt.
tabaco
/tah-BAH-koh//taˈβa.ko/

Voorbeelden
¿Me regalas un tabaco? Olvidé los míos en casa.
Geef je me een sigaret? Ik ben de mijne thuis vergeten.
El señor estaba fumando un tabaco enorme en el balcón.
De heer rookte een enorme sigaar op het balkon.
Cigarro vs. Puro
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

