Inklingo

Hoe zeg je "zeil" in het Spaans

Het Spaanse woord voorzeilis velaB1 niveau.

Dutch → SpaansB1

vela

nounB1
nautisch doek
Een eenvoudige houten zeilboot met een groot, opgeblazen wit driehoekig zeil dat de wind vangt op blauw water.

Voorbeelden

El viento hinchó la vela y el barco aceleró.

De wind vulde het zeil en de boot versnelde.

Aprendió a hacer vela el verano pasado.

Hij leerde vorig jaar zeilen (letterlijk: 'zeil doen').

Gebruik van 'Hacer'

Om over de activiteit van zeilen te praten, gebruik je meestal het werkwoord 'hacer' (doen/maken) met het zelfstandig naamwoord: 'hacer vela'. Dit is anders dan in het Nederlands, waar we direct 'zeilen' (werkwoord) gebruiken.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.