Inklingo

caminando

kah-mee-NAHN-dohkamiˈnando

caminando betekent wandelen in het Spaans (actie in uitvoering).

wandelen

Ook: al lopend, te voet
A1regular ar
Een vrolijk, vereenvoudigd menselijk figuur wordt in een stap getoond, actief lopend over een heldergroen grasveld, wat beweging illustreert.
infinitivecaminar
gerundcaminando
past Participlecaminado

📝 In Actie

Estoy caminando a casa ahora mismo.

A1

Ik ben nu naar huis aan het lopen.

¿Qué estás haciendo? Estamos caminando por el parque.

A1

Wat ben je aan het doen? Wij zijn door het park aan het wandelen.

Ella aprendió mucho caminando con su abuela.

A2

Ze leerde veel terwijl ze met haar grootmoeder wandelde.

Woordverbindingen

Synoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • seguir caminandodoorgaan met lopen
  • venir caminandoal lopend komen

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "caminando" in het Spaans:

al lopendte voetwandelen

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: caminando

Vraag 1 van 1

Welke zin gebruikt 'caminando' correct om een voortdurende actie te beschrijven?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
📚 Etymologie

Het komt van het Spaanse werkwoord 'caminar', dat afkomstig is van het Middeleeuws Latijnse woord *cammīnus*, wat 'weg' of 'pad' betekent. Het woord is altijd gerelateerd geweest aan beweging langs een route.

Eerste vermelding: 12th century (as 'caminar')

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: caminhandoFrench: chemin

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Wat is het verschil tussen 'caminar' en 'caminando'?

'Caminar' is de basisvorm (het infinitief), wat 'lopen' betekent. 'Caminando' is de onvoltooid tegenwoordige tijd (de -ando vorm), wat 'lopend' betekent, en wordt gebruikt om aan te geven dat de actie momenteel bezig is, meestal met 'estar'.

Verandert 'caminando' ooit van vorm?

Nee. De '-ando' vorm is altijd vast. Het verandert niet op basis van wie er loopt (ik, jij, hij, zij) of hoeveel mensen er lopen. Het werkwoord 'estar' is het deel dat verandert.