casamos
kah-SAH-mos
/kaˈsa.mos/
Snelle Referentie
📝 In Actie
Nos casamos en la playa el próximo mes.
A2Wij gaan volgende maand op het strand trouwen.
Nos casamos hace diez años y estamos muy felices.
A2Wij zijn tien jaar geleden getrouwd en we zijn erg gelukkig.
Si casamos a nuestra hija con ese hombre, tendrá una buena vida.
B1Als wij onze dochter aan die man uithuwelijken, zal ze een goed leven hebben. (Minder gebruikelijk, transitief gebruik)
💡 Grammaticapunten
De Dubbele Betekenis van 'Casamos'
Deze werkwoordsvorm is bijzonder omdat het zowel 'wij trouwen' (Tegenwoordige tijd) ALS 'wij trouwden' (Verleden tijd enkelvoud) betekent. Je moet tijdsaanduidingen gebruiken (zoals 'ayer' of 'mañana') om te weten welke betekenis de spreker bedoelt.
Zelf trouwen versus Iemand uithuwelijken
Om te zeggen 'wij gaan trouwen', MOET je de reflexieve vorm gebruiken: 'Nos casamos.' Als je alleen 'Casamos a nuestra hija' zegt, betekent het 'Wij huwelijken onze dochter uit' (wij voeren de handeling op iemand anders uit).
❌ Veelgemaakte Fouten
Het vergeten van de 'Nos'
Fout: “Casamos el sábado.”
Correctie: Nos casamos el sábado. (Wij trouwen zaterdag.) Vergeet de 'nos' niet als jij degene bent die trouwt.
⭐ Gebruikstips
Context is Cruciaal
Aangezien 'casamos' zowel tegenwoordige als verleden tijd kan zijn, moet je altijd letten op contextuele aanwijzingen. Als ze een tijd in het verleden noemen (hace un año), is het de verleden tijd. Als ze een toekomstige tijd noemen (pronto), is het de tegenwoordige tijd die voor toekomstige plannen wordt gebruikt.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: casamos
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'casamos' in de Pretérito Indefinido (Verleden tijd enkelvoud)?
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
📚 Meer bronnen
Veelgestelde Vragen
Hoe kan ik zien of 'casamos' 'wij trouwen' of 'wij trouwden' betekent?
Je moet naar de tijdsindicatoren in de zin kijken. Als ze het verleden noemen (ayer, la semana pasada), is het de verleden tijd. Als ze het heden of de toekomst noemen (hoy, mañana), is het de tegenwoordige tijd.