ciega
“ciega” betekent “blind” in het Spaans. Het heeft 3 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
blind
Ook: onbezonnen, onredelijk
📝 In Actie
Mi abuela es ciega de nacimiento.
A2Mijn oma is blind vanaf de geboorte.
Actuó movida por una rabia ciega.
B1Ze handelde gedreven door een blinde (onbezonnen) woede.
Necesitas una cita ciega para conocer gente nueva.
B1Je hebt een blind date nodig om nieuwe mensen te ontmoeten.
blinde vrouw

📝 In Actie
Ayudamos a la ciega a cruzar la calle.
A2We hielpen de blinde vrouw de straat over te steken.
La joven ciega leyó el libro en braille.
B1De jonge blinde vrouw las het boek in braille.
verblindt, verblindt
Ook: blokkeert
📝 In Actie
La envidia ciega a la gente y les hace cometer errores.
B1Jaloezie verblindt mensen en zet hen aan tot fouten.
Esa luz tan fuerte ciega al conductor.
B1Dat felle licht verblindt de bestuurder.
Usted ciega el hueco con cemento.
B2U blokkeert het gat met cement.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
Woorden die vertaald worden als "ciega" in het Spaans:
blinde vrouw→blokkeert→onbezonnen→onredelijk→verblindt→✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: ciega
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'ciega' in zijn werkwoordsvorm?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
Komt van het Latijnse woord *caecus*, wat 'blind' of 'donker' betekent. Deze stam is ook de bron van het werkwoord *cegar* (verblinden).
Eerste vermelding: 13th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Is het gebruik van 'ciega' onbeleefd?
Hoewel 'ciega' (blinde vrouw) technisch correct is, geven veel mensen de voorkeur aan de term 'invidente' (visueel beperkt), omdat dit als respectvoller en minder direct wordt beschouwd. De context is belangrijk: 'cita ciega' (blind date) is volkomen normaal.
Hoe weet ik of 'ciega' het bijvoeglijk naamwoord of het werkwoord is?
Als het volgt op een werkwoord als *ser* of *estar* (Ella es ciega), is het meestal het bijvoeglijk naamwoord. Als het fungeert als de hoofdactie van de zin en vervangen kan worden door 'verblindt' (El sol ciega), dan is het de werkwoordsvorm van *cegar*.


