Inklingo

coser

ko-sehr/koˈseɾ/

coser betekent naaien in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:

naaien

Ook: stikken, repareren
WerkwoordA2regular er
Een hand die een zilveren naald met blauw garen vasthoudt en twee stukken kleurrijke stof aan elkaar naait.
gerundcosiendo
past Participlecosido
infinitivecoser

📝 In Actie

Mi abuela me enseñó a coser un botón.

A2

Mijn oma leerde me een knoop naaien.

Ella está cosiendo un vestido para la fiesta.

B1

Ze naait een jurk voor het feest.

Tengo que coser este agujero en mis pantalones.

A2

Ik moet dit gat in mijn broek repareren.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • remendar (repareren/oplossen)
  • zurcir (stoppen (sokken))

Antoniemen

  • descoser (losnaaien/steken uithalen)

Veelvoorkomende Collocaties

  • máquina de cosernaaimachine
  • coser a manomet de hand naaien
  • coser un botóneen knoop naaien

Idiomen & Uitdrukkingen

  • Coser y cantarIets dat heel makkelijk te doen is.

hechten

Ook: steken krijgen
WerkwoordB2regular er
De ingepakte hand van een medische professional die voorzichtig een chirurgische naald gebruikt om een kleine snee op een arm te sluiten.

📝 In Actie

El cirujano tuvo que coser la herida con mucho cuidado.

B2

De chirurg moest de wond heel voorzichtig hechten.

Me cosieron tres puntos en la rodilla.

B2

Ze gaven me drie hechtingen in mijn knie.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • suturar (hechten)

Veelvoorkomende Collocaties

  • coser una heridaeen wond hechten
  • dar puntoshechtingen geven

🔄 Vervoegingen

subjunctive

imperfect

ellos/ellas/ustedescosieran
yocosiera
cosieras
vosotroscosierais
nosotroscosiéramos
él/ella/ustedcosiera

present

ellos/ellas/ustedescosan
yocosa
cosas
vosotroscosáis
nosotroscosamos
él/ella/ustedcosa

indicative

preterite

ellos/ellas/ustedescosieron
yocosí
cosiste
vosotroscosisteis
nosotroscosimos
él/ella/ustedcosió

imperfect

ellos/ellas/ustedescosían
yocosía
cosías
vosotroscosíais
nosotroscosíamos
él/ella/ustedcosía

present

ellos/ellas/ustedescosen
yocoso
coses
vosotroscoséis
nosotroscosemos
él/ella/ustedcose

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "coser" in het Spaans:

hechtennaaienreparerensteken krijgenstikken

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: coser

Vraag 1 van 3

Wat betekent de uitdrukking 'coser y cantar'?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
costura(naaiwerk/naad)Zelfstandig naamwoord
costurera(naaister)Zelfstandig naamwoord
descoser(losnaaien)Werkwoord
cosido(genaaid)Bijvoeglijk naamwoord
🎵 Rijmwoorden
📚 Etymologie

Van het Latijnse woord 'consuere', wat 'aan elkaar naaien' betekent.

Eerste vermelding: 12th century

Cognaten (Verwante woorden)

Italian: cucireFrench: coudrePortuguese: coser

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Is 'coser' een onregelmatig werkwoord?

Nee, 'coser' is een volledig regelmatig -er werkwoord. Het volgt hetzelfde patroon als 'comer'.

Wat is het verschil tussen 'coser' en 'cocer'?

Ze zijn homofonen (klinken hetzelfde) in Latijns-Amerika. 'Coser' betekent stof naaien, terwijl 'Cocer' betekent voedsel koken of koken.

Kan 'coser' gebruikt worden voor medische hechtingen?

Ja! Hoewel 'suturar' het formele woord is, wordt 'coser' heel vaak gebruikt om te praten over een dokter die hechtingen in een wond plaatst.