coser
“coser” betekent “naaien” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
naaien
Ook: stikken, repareren
📝 In Actie
Mi abuela me enseñó a coser un botón.
A2Mijn oma leerde me een knoop naaien.
Ella está cosiendo un vestido para la fiesta.
B1Ze naait een jurk voor het feest.
Tengo que coser este agujero en mis pantalones.
A2Ik moet dit gat in mijn broek repareren.
hechten
Ook: steken krijgen
📝 In Actie
El cirujano tuvo que coser la herida con mucho cuidado.
B2De chirurg moest de wond heel voorzichtig hechten.
Me cosieron tres puntos en la rodilla.
B2Ze gaven me drie hechtingen in mijn knie.
🔄 Vervoegingen
subjunctive
imperfect
present
indicative
preterite
imperfect
present
Vertaal naar het Spaans
Woorden die vertaald worden als "coser" in het Spaans:
hechten→naaien→repareren→steken krijgen→stikken→✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: coser
Vraag 1 van 3
Wat betekent de uitdrukking 'coser y cantar'?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Van het Latijnse woord 'consuere', wat 'aan elkaar naaien' betekent.
Eerste vermelding: 12th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Is 'coser' een onregelmatig werkwoord?
Nee, 'coser' is een volledig regelmatig -er werkwoord. Het volgt hetzelfde patroon als 'comer'.
Wat is het verschil tussen 'coser' en 'cocer'?
Ze zijn homofonen (klinken hetzelfde) in Latijns-Amerika. 'Coser' betekent stof naaien, terwijl 'Cocer' betekent voedsel koken of koken.
Kan 'coser' gebruikt worden voor medische hechtingen?
Ja! Hoewel 'suturar' het formele woord is, wordt 'coser' heel vaak gebruikt om te praten over een dokter die hechtingen in een wond plaatst.

