costó
“costó” betekent “het kostte” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
het kostte, hij/zij/u kostte
Ook: had een prijs van
📝 In Actie
¿Cuánto costó esa bicicleta nueva?
A1Hoeveel kostte die nieuwe fiets?
Me costó cincuenta dólares, fue una ganga.
A2Het kostte me vijftig dollar, het was een koopje.
El viaje costó más de lo que esperábamos.
A2De reis kostte meer dan we verwachtten.
het was moeilijk, het kostte moeite
Ook: het was zwaar
📝 In Actie
Nos costó mucho llegar a la cima de la montaña.
B1Het kostte ons veel moeite om de top van de berg te bereiken.
A mi hijo le costó concentrarse en la clase de matemáticas.
B2Het was moeilijk voor mijn zoon om zich te concentreren in de wiskundeles.
Aunque costó, terminamos el proyecto a tiempo.
B2Hoewel het moeite kostte, hebben we het project op tijd afgerond.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: costó
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'costó' om 'het was moeilijk' te betekenen?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Komt van het Latijnse werkwoord *constāre*, wat 'stevig staan' of 'vastgesteld zijn op een prijs' betekent. Deze verbinding tussen stabiliteit en een vaste prijs is hoe het evolueerde naar het Spaanse woord voor kosten.
Eerste vermelding: Around the 13th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'costó' en 'costaba'?
'Costó' (pretérito) wordt gebruikt voor een specifieke, voltooide aankoop in het verleden ('De auto kostte €10.000'). 'Costaba' (imperfectum) beschrijft wat dingen over het algemeen vroeger kostten, of de kosten over een periode in het verleden ('Vroeger kostte benzine minder').
Waarom heeft 'costó' een accentteken?
Het accentteken op de 'o' is essentieel! Het geeft aan dat de klemtoon op de laatste lettergreep ligt, wat het markeert als de voltooid verleden tijd (pretérito) van het werkwoord. Als het geen accent had (costo), zou het het zelfstandig naamwoord voor 'kosten' of de 'yo'-vorm in de tegenwoordige tijd van 'costar' zijn in sommige regio's, wat in standaardgebruik onjuist is.

