hacéis
“hacéis” betekent “jullie doen” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
jullie doen
Ook: jullie verrichten
📝 In Actie
¿Qué hacéis este fin de semana, chicos?
A1Wat gaan jullie dit weekend doen, jongens?
Vosotros siempre hacéis los deberes antes de jugar.
A2Jullie maken altijd je huiswerk voordat jullie gaan spelen.
jullie maken
Ook: jullie bouwen, jullie bereiden
📝 In Actie
¡Qué bien cocináis! ¿Qué hacéis para cenar hoy?
A1Jullie koken zo goed! Wat maken jullie vandaag voor het avondeten?
Si hacéis ruido, despertaréis al bebé.
A2Als jullie lawaai maken, wekken jullie de baby.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
Woorden die vertaald worden als "hacéis" in het Spaans:
jullie bereiden→jullie bouwen→jullie verrichten→✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: hacéis
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'hacéis' correct om 'jullie maken' te betekenen?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Het werkwoord 'hacer' komt rechtstreeks van het Latijnse werkwoord *facere*, wat 'doen' of 'maken' betekende. In de loop van de tijd is de 'f'-klank verzwakt en verdwenen, wat resulteerde in de stomme 'h' die we vandaag gebruiken.
Eerste vermelding: Old Spanish (around the 10th-12th century)
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Moet ik 'hacéis' leren als ik Latijns-Amerikaans Spaans leer?
Het is nuttig om 'hacéis' te herkennen als je Spaanse literatuur leest of Spaanse media bekijkt, maar je zult het bijna nooit hoeven te gebruiken in een gesprek. Je kunt beter 'hacen' gebruiken.
Waarom is 'hacer' zo onregelmatig?
'Hacer' is onregelmatig omdat het een van de oudste en meest gebruikte werkwoorden in de taal is. Zeer veelgebruikte werkwoorden hebben de neiging om zich te verzetten tegen eenvoudige spellingsregels in de loop van de tijd, wat leidt tot unieke vormen zoals 'hago' (ik doe) en 'haré' (ik zal doen).

