Inklingo

maneja

mah-NEH-hahmaˈne.xa

maneja betekent rijdt in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:

rijdt, hanteert

Ook: bedient
WerkwoordA1regular ar
SpainMexico, Central America, Caribbean, Andean Region
Een persoon die gelukkig in de bestuurdersstoel van een felrode auto zit, het stuur vasthoudt en vooruit kijkt, wat de actie van rijden illustreert.
infinitivemanejar
gerundmanejando
past Participlemanejado

📝 In Actie

Mi padre maneja un camión muy grande.

A1

Mijn vader rijdt in een hele grote vrachtwagen.

¿Usted maneja por la ciudad o prefiere el metro?

A2

Rijdt u (formeel) door de stad of heeft u liever de metro?

Ella maneja con mucha precaución, es muy segura.

B1

Zij rijdt met veel voorzichtigheid; ze is erg veilig.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • conducir (rijden)
  • pilotar (besturen (vliegtuig/schip))

Veelvoorkomende Collocaties

  • manejar un cocheeen auto rijden
  • manejar la motomet de motor rijden

beheert, handelt af

Ook: leidt, houdt zich bezig met
WerkwoordB1regular ar
Een professional die aan een grote tafel met verschillende papieren en modellen staat, met een handgebaar om twee andere individuen aan te sturen of te instrueren, wat management symboliseert.
infinitivemanejar
gerundmanejando
past Participlemanejado

📝 In Actie

Nuestra jefa maneja el presupuesto con mucha cautela.

B1

Onze baas beheert het budget zeer zorgvuldig.

Cuando hay un conflicto, él lo maneja de forma diplomática.

B2

Wanneer er een conflict is, handelt hij dit diplomatiek af.

La nueva aplicación maneja grandes cantidades de datos.

C1

De nieuwe applicatie beheert grote hoeveelheden gegevens.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • gestiona (beheert (administratief))
  • dirige (stuurt aan)

Veelvoorkomende Collocaties

  • manejar una crisiseen crisis aanpakken
  • manejar personalpersoneel managen

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustedmaneja
yomanejo
manejas
ellos/ellas/ustedesmanejan
nosotrosmanejamos
vosotrosmanejáis

imperfect

él/ella/ustedmanejaba
yomanejaba
manejabas
ellos/ellas/ustedesmanejaban
nosotrosmanejábamos
vosotrosmanejabais

preterite

él/ella/ustedmanejó
yomanejé
manejaste
ellos/ellas/ustedesmanejaron
nosotrosmanejamos
vosotrosmanejasteis

subjunctive

present

él/ella/ustedmaneje
yomaneje
manejes
ellos/ellas/ustedesmanejen
nosotrosmanejemos
vosotrosmanejéis

imperfect

él/ella/ustedmanejara
yomanejara
manejaras
ellos/ellas/ustedesmanejaran
nosotrosmanejáramos
vosotrosmanejarais

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "maneja" in het Spaans:

bedientbeheerthandelt afhanteertleidtrijdt

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: maneja

Vraag 1 van 2

Welke zin gebruikt 'maneja' in de zin van 'een taak beheren' in plaats van 'een voertuig besturen'?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
manejar(rijden, managen/beheren)Werkwoord
el manejo(het hanteren, het management)Zelfstandig naamwoord
manejable(beheersbaar, hanteerbaar)Bijvoeglijk naamwoord
🎵 Rijmwoorden
📚 Etymologie

Komt van het Spaanse werkwoord 'manejar', dat verwant is aan het Latijnse woord 'manus' (hand). De oorspronkelijke betekenis was letterlijk 'iets met je handen hanteren', wat evolueerde naar 'controleren' of 'sturen', of het nu een paard, een voertuig of een bedrijf is.

Eerste vermelding: 13th century

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: manejarFrench: manier

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Is 'maneja' een bevel of een mededeling?

'Maneja' kan beide zijn! Het is de tegenwoordige tijd mededeling voor 'Hij/Zij/U formeel rijdt/beheert' (bv. 'Ella maneja'). Het is ook het informele bevel voor 'Rijd!' of 'Pak het aan!' (bv. '¡Maneja con cuidado!').

Hoe weet ik of 'maneja' 'rijden' of 'beheren' betekent?

De context is cruciaal. Als het lijdend voorwerp van het werkwoord een voertuig is (coche, camión, moto), betekent het 'rijden'. Als het lijdend voorwerp iets abstracts is (dinero, proyecto, situación), betekent het 'beheren' of 'afhandelen'.