temo
TEH-moh
/ˈte.mo/
Snelle Referentie
📝 In Actie
Temo a las arañas.
A1Ik ben bang voor spinnen.
No temo decir la verdad.
A2Ik ben niet bang om de waarheid te zeggen.
Temo que no lleguemos a tiempo.
B1Ik vrees dat we niet op tijd zullen aankomen.
Temo lo peor.
B2Ik vrees het ergste.
💡 Grammaticapunten
Gebruik van 'Temer que' + een speciale werkwoordsvorm
Wanneer je zegt dat je vreest dat iets gaat gebeuren, verandert het werkwoord dat na 'que' komt van vorm. Deze speciale vorm heet de aanvoegende wijs (subjuntivo). Bijvoorbeeld: 'Temo que llegue tarde' (Ik vrees dat hij/zij te laat zou kunnen komen).
❌ Veelgemaakte Fouten
Het vergeten van 'a'
Fout: “Temo los perros.”
Correctie: Temo a los perros. Wanneer je bang bent voor een specifiek persoon of huisdier, moet je meestal 'a' direct na het werkwoord toevoegen. Dit is anders dan in het Nederlands, waar we dit voorzetsel niet gebruiken bij 'bang zijn voor'.
⭐ Gebruikstips
'Temo' versus 'Tengo miedo'
'Temo' kan iets formeler of serieuzer klinken dan 'Tengo miedo'. In alledaagse gesprekken is 'Tengo miedo de las arañas' gebruikelijker dan 'Temo a las arañas', maar beide zijn volkomen correct.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: temo
Vraag 1 van 1
Welke zin gebruikt 'temo' correct?
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
📚 Meer bronnen
Veelgestelde Vragen
Is 'temo' hetzelfde als 'tengo miedo'?
Ze betekenen hetzelfde ('ik vrees' of 'ik ben bang'), maar 'tengo miedo' komt vaker voor in alledaagse, informele gesprekken. 'Temo' kan iets formeler klinken of gebruikt worden voor serieuzere of abstractere angsten, zoals 'Temo el futuro' (Ik vrees de toekomst).
Waarom toont dit woordenboekfragment vervoegingen van 'temer' als het woord 'temo' is?
'Temo' is slechts één vorm van het werkwoord 'temer' (de 'ik'-vorm in de tegenwoordige tijd). Om het woord correct te kunnen gebruiken voor andere personen ('jij vreest', 'zij vreesden', enz.), moet je al zijn vormen kennen. We geven het volledige overzicht van het werkwoord om je te helpen het in elke situatie te gebruiken!