Inklingo

Hoe zeg je "alle" in het Spaans

Het Spaanse woord vooralleis todoA1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Dutch → SpaansA1

todo

AdjectiveA1
verwijzend naar een hele groep
Een close-up van een heldere glazen knikker die een hele drukke stad weerspiegelt, wat het concept van 'alles' symboliseert dat in één object is vervat.

Voorbeelden

Leo todos los días.

Ik lees elke dag.

Toda la familia fue a la playa.

De hele familie ging naar het strand.

Limpié toda la casa.

Ik heb het hele huis schoongemaakt.

Aansluiten bij het Zelfstandig Naamwoord

Todo verandert om aan te sluiten bij het ding waar je het over hebt. Gebruik todo voor mannelijke enkelvoudige dingen (todo el día), toda voor vrouwelijke (toda la noche), todos voor mannelijke meervoud (todos los libros), en todas voor vrouwelijke meervoud (todas las mesas).

De 'de' Regel

In tegenstelling tot in het Nederlands, moet je bijna altijd 'de' (el, la, los, las) of een bezittelijk voornaamwoord (mi, tu) plaatsen tussen todo en het zelfstandig naamwoord. Zie het als 'alle van de...'

Het vergeten van 'de'

Fout:Hablo con mis amigos todos días.

Correctie: Hablo con mis amigos todos `los` días. Vergeet niet `los` (of `el`, `la`, `las`) toe te voegen na `todos` wanneer het gevolgd wordt door een zelfstandig naamwoord.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.