Hoe zeg je "bezeten" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “bezeten” is “loco” — A2 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
El ruido constante me está volviendo loco.
Het constante lawaai maakt me gek.
Tuvo la loca idea de empezar un negocio sin dinero.
Hij had het gekke idee om een bedrijf te starten zonder geld.
Después del accidente, todos pensaban que estaba loco.
Na het ongeluk dacht iedereen dat hij gestoord was.
Aansluiting bij het Zelfstandig Naamwoord
Net als de meeste Spaanse bijvoeglijke naamwoorden, verandert 'loco' om aan te sluiten bij de persoon of het ding dat het beschrijft. Gebruik 'loco' voor mannelijke dingen ('el hombre loco'), 'loca' voor vrouwelijke ('la idea loca'), 'locos' voor mannelijke meervouden ('los perros locos'), en 'locas' voor vrouwelijke meervouden ('las mujeres locas'). Dit is vergelijkbaar met hoe het Nederlands mannelijk/vrouwelijk/onzijdig kent, maar hier is het puur mannelijk/vrouwelijk.
Ser vs. Estar: Een Cruciaal Verschil
Gebruik 'ser loco' om te zeggen dat iemand EEN gek persoon IS (het is deel van hun identiteit, een vaste eigenschap). Gebruik 'estar loco' om te zeggen dat iemand GEK IS (het is een tijdelijke toestand of actie). 'Es loco' is een oordeel over iemands karakter; 'Está loco' beschrijft vaak een reactie of tijdelijke gemoedstoestand.
Verwarring tussen 'Ser' en 'Estar'
Fout: “Mi hermano es loco porque compró un coche nuevo sin decírselo a su esposa.”
Correctie: Mi hermano está loco... — Je spreekt over een specifieke gekke actie (de auto kopen), niet dat hij fundamenteel een gestoord persoon is. Gebruik 'estar' voor tijdelijke toestanden of gedrag, net zoals we in het Nederlands 'Hij is nu even gek' zeggen in plaats van 'Hij is gek'.
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.