Inklingo

Hoe zeg je "coachen" in het Spaans

Dutch → Spaans

entrenar

en-treh-NAR/entɾeˈnaɾ/

VerbA2Algemeen
Gebruik 'entrenar' als je het hebt over het begeleiden van een persoon of team om specifieke vaardigheden te verbeteren, zoals sport, debatteren of een examen.
Een persoon die op de grond knielt en een zacht handgebaar gebruikt om een kleine bruine hond te leren zitten.

Voorbeelden

El entrenador entrena al equipo para la final.

De coach traint het team voor de finale.

El profesor entrena a los estudiantes para el debate.

De docent traint de studenten voor het debat.

Necesitamos entrenar al perro para que no ladre tanto.

We moeten de hond trainen zodat hij niet zoveel blaft.

Mi meta es entrenar un equipo campeón.

Mijn doel is om een kampioensteam te coachen.

Actie op Anderen

Dit gebruik van 'entrenar' richt zich op de actie die je op iemand anders uitvoert (de persoon die getraind wordt). Je hebt het voegwoord 'a' nodig vóór de persoon die je traint: 'Yo entreno a María'. Dit is vergelijkbaar met hoe je in het Nederlands soms een lijdend voorwerp introduceert, maar in het Spaans is de persoonlijke 'a' hier verplicht.

entrenando

/en-treh-NAN-doh//entɾeˈnando/

VerbA2Algemeen
Gebruik 'entrenando' (de gerundio-vorm van 'entrenar') om aan te geven dat het coachen of trainen op dit moment gaande is, vaak in een sportieve of fysieke context.
Een persoon in sportkleding joggend langs een helder, zonnig parkpad.

Voorbeelden

Estoy entrenando para correr mi primera maratón.

Ik ben aan het trainen voor mijn eerste marathon.

Estoy entrenando para el maratón de la próxima semana.

Ik ben aan het trainen voor de marathon van volgende week.

Llevamos tres horas entrenando en la cancha.

We zijn al drie uur aan het oefenen op het veld.

Ella está entrenando a los nuevos empleados.

Zij is de nieuwe werknemers aan het inwerken/trainen.

De '-ando' uitgang

In het Spaans is de '-ando' uitgang vergelijkbaar met de Nederlandse '-end' of de constructie 'aan het + infinitief' voor '-ar' werkwoorden. Het geeft aan dat de actie nu plaatsvindt.

Combineren met 'Estar'

Om te zeggen 'Ik ben aan het trainen', moet je het werkwoord 'estar' (zijn) gebruiken gevolgd door 'entrenando'. Voorbeeld: 'Estoy entrenando.'

Niet gebruiken als zelfstandig naamwoord

Fout:Me gusta el entrenando.

Correctie: Me gusta el entrenamiento. Gebruik 'entrenamiento' voor het zelfstandig naamwoord (de training/oefensessie) en 'entrenando' alleen voor de lopende actie.

Verwarring tussen 'entrenando' en 'entrenar'

Leerlingen verwarren vaak 'entrenar' (het hele werkwoord, voor de algemene handeling van coachen) met 'entrenando' (de lopende vorm). Gebruik 'entrenar' als je de activiteit benoemt, en 'entrenando' als je beschrijft dat het nu gebeurt.

Gerelateerde vertalingen

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.