Hoe zeg je "trainen" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “trainen” is “entrenando” — gebruik dit woord als je het hebt over het actief ontwikkelen van een fysieke conditie of een specifieke vaardigheid, vaak met een specifiek doel voor ogen zoals een wedstrijd.
entrenando
en-treh-NAN-dohentɾeˈnando

Voorbeelden
Estoy entrenando para el maratón de la próxima semana.
Ik ben aan het trainen voor de marathon van volgende week.
Llevamos tres horas entrenando en la cancha.
We zijn al drie uur aan het oefenen op het veld.
Ella está entrenando a los nuevos empleados.
Zij is de nieuwe werknemers aan het inwerken/trainen.
De '-ando' uitgang
In het Spaans is de '-ando' uitgang vergelijkbaar met de Nederlandse '-end' of de constructie 'aan het + infinitief' voor '-ar' werkwoorden. Het geeft aan dat de actie nu plaatsvindt.
Combineren met 'Estar'
Om te zeggen 'Ik ben aan het trainen', moet je het werkwoord 'estar' (zijn) gebruiken gevolgd door 'entrenando'. Voorbeeld: 'Estoy entrenando.'
Niet gebruiken als zelfstandig naamwoord
Fout: “Me gusta el entrenando.”
Correctie: Me gusta el entrenamiento. Gebruik 'entrenamiento' voor het zelfstandig naamwoord (de training/oefensessie) en 'entrenando' alleen voor de lopende actie.
entrenar
en-treh-NARentɾeˈnaɾ

Voorbeelden
El profesor entrena a los estudiantes para el debate.
De docent traint de studenten voor het debat.
Necesitamos entrenar al perro para que no ladre tanto.
We moeten de hond trainen zodat hij niet zoveel blaft.
Mi meta es entrenar un equipo campeón.
Mijn doel is om een kampioensteam te coachen.
Actie op Anderen
Dit gebruik van 'entrenar' richt zich op de actie die je op iemand anders uitvoert (de persoon die getraind wordt). Je hebt het voegwoord 'a' nodig vóór de persoon die je traint: 'Yo entreno a María'. Dit is vergelijkbaar met hoe je in het Nederlands soms een lijdend voorwerp introduceert, maar in het Spaans is de persoonlijke 'a' hier verplicht.
ejercitar
e-her-see-TARexersiˈtar

Voorbeelden
Es importante ejercitar los músculos de la espalda.
Het is belangrijk om de rugspieren te trainen.
Debes ejercitar la mente leyendo libros difíciles.
Je moet je geest trainen door moeilijke boeken te lezen.
El atleta ejercita su resistencia corriendo cada mañana.
De atleet traint zijn uithoudingsvermogen door elke ochtend te rennen.
Gebruik van 'ejercitar' vs 'ejercitarse'
Gebruik 'ejercitar' als je een specifiek ding traint (zoals 'mijn benen'). Gebruik 'ejercitarse' als je gewoon wilt zeggen 'ik ga sporten' in het algemeen.
Altijd regelmatig
Dit werkwoord volgt het standaardpatroon voor werkwoorden die eindigen op -ar, dus het is gemakkelijk te vervoegen als je de basisregels kent!
Directe objecten
Fout: “Yo ejercito cada mañana.”
Correctie: Yo me ejercito cada mañana (of) Yo hago ejercicio cada mañana. 'Ejercitar' moet meestal aangeven *wat* je traint.
enseñar
Voorbeelden
Mi abuela me enseñó a cocinar paella.
Mijn oma heeft mij geleerd paella te koken.
educar
eh-doo-KAHReduˈkaɾ

Voorbeelden
Es importante educar a los niños en ciencias.
Het is belangrijk om kinderen in wetenschap op te leiden.
Ella quiere educar a sus estudiantes para ser críticos.
Ze wil haar studenten opleiden tot kritische denkers.
He tenido que educar mi oído para entender este acento.
Ik heb mijn oor moeten trainen om deze accent te begrijpen.
Spellingwijzigingsregel
De 'c' verandert in 'qu' wanneer deze gevolgd wordt door een 'e' om de harde 'K'-klank te behouden. Dit gebeurt in de 'Yo'-vorm van de verleden tijd (eduqué) en alle 'speciale vormen' die gebruikt worden voor wensen of bevelen (eduque).
De Persoonlijke 'A'
Aangezien je meestal een persoon opleidt, moet je 'a' gebruiken vóór de persoon die je opleidt: 'Educar a mi hijo'.
Verkeerde spelling in de verleden tijd
Fout: “Yo educé a mis hijos.”
Correctie: Yo eduqué a mis hijos. (We gebruiken 'qu' om de klank correct te houden).
instruir
ins-troo-EARinstɾuˈiɾ

Voorbeelden
El profesor quiere instruir a sus alumnos en la historia del arte.
De leraar wil zijn studenten kunstgeschiedenis bijbrengen.
Es necesario instruir al personal sobre el uso del nuevo sistema.
Het is noodzakelijk om het personeel te trainen in het gebruik van het nieuwe systeem.
Se instruyó a sí mismo leyendo muchos libros.
Hij onderwees zichzelf door veel boeken te lezen.
De 'Y' Spellingregel
Voor werkwoorden die eindigen op -uir, zoals 'instruir', voeg je een 'y' toe vóór uitgangen die beginnen met 'o', 'e' of 'a'. Bijvoorbeeld: 'yo instruyo', niet 'instruo'.
Gebruik van 'En' voor vakken
Als je wilt aangeven in welk vak iemand les krijgt, gebruik je het woord 'en'. Voorbeeld: 'Instruir en matemáticas' (onderwijzen in wiskunde).
Gebruik voor simpel leren
Fout: “Instruyo a mi hijo a amarrarse los zapatos.”
Correctie: Enseño a mi hijo a amarrarse los zapatos.
Verwarring tussen 'entrenar' en 'enseñar'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.




