Hoe zeg je "onderwijzen" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “onderwijzen” is “enseñar” — gebruik 'enseñar' als je wilt aangeven dat je iemand iets leert, zoals een vaardigheid, kennis of een gewoonte. Dit is de meest algemene vertaling.
enseñar
Voorbeelden
Mi abuela me enseñó a cocinar paella.
Mijn oma heeft mij geleerd paella te koken.
enseñe
Voorbeelden
Busco a un profesor que me enseñe a tocar la guitarra.
Ik zoek een leraar die mij gitaar spelen kan onderwijzen.
instruir
ins-troo-EARinstɾuˈiɾ

Voorbeelden
El profesor quiere instruir a sus alumnos en la historia del arte.
De leraar wil zijn studenten kunstgeschiedenis bijbrengen.
Es necesario instruir al personal sobre el uso del nuevo sistema.
Het is noodzakelijk om het personeel te trainen in het gebruik van het nieuwe systeem.
Se instruyó a sí mismo leyendo muchos libros.
Hij onderwees zichzelf door veel boeken te lezen.
De 'Y' Spellingregel
Voor werkwoorden die eindigen op -uir, zoals 'instruir', voeg je een 'y' toe vóór uitgangen die beginnen met 'o', 'e' of 'a'. Bijvoorbeeld: 'yo instruyo', niet 'instruo'.
Gebruik van 'En' voor vakken
Als je wilt aangeven in welk vak iemand les krijgt, gebruik je het woord 'en'. Voorbeeld: 'Instruir en matemáticas' (onderwijzen in wiskunde).
Gebruik voor simpel leren
Fout: “Instruyo a mi hijo a amarrarse los zapatos.”
Correctie: Enseño a mi hijo a amarrarse los zapatos.
formar
for-MARfoɾˈmaɾ

Voorbeelden
Su mentor lo formó como artista durante diez años.
Zijn mentor heeft hem tien jaar lang als kunstenaar opgeleid.
La escuela se dedica a formar líderes del futuro.
De school wijdt zich aan het opleiden van toekomstige leiders.
Los valores familiares nos forman desde pequeños.
Familiewaarden vormen ons vanaf jonge leeftijd.
Transitief Gebruik
In deze betekenis vereist 'formar' een lijdend voorwerp: iemand of iets dat wordt opgeleid of gevormd (bijv. 'formar ingenieros' — ingenieurs opleiden).
Verwarring tussen 'Formar' en 'Aprender'
Fout: “Het gebruik van 'Formar' wanneer u 'Aprender' (leren) bedoelt.”
Correctie: 'Yo aprendí a programar' (Ik heb leren programmeren). 'La escuela me formó' (De school heeft mij opgeleid).
dictar
deek-TARdikˈtaɾ

Voorbeelden
El Dr. García va a dictar una charla hoy.
Dr. García gaat vandaag een lezing geven.
Ella dicta clases de español en la universidad.
Zij geeft Spaanse lessen aan de universiteit.
Verwarring tussen 'enseñar' en 'instruir'/'formar'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.


