Inklingo

entrenar

en-treh-NARentɾeˈnaɾ

entrenar betekent trainen in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:

trainen, coachenOok: oefenen (intensief)

WerkwoordA2regular ar
Een persoon die op de grond knielt en een zacht handgebaar gebruikt om een kleine bruine hond te leren zitten.
infinitiveentrenar
gerundentrenando
past Participleentrenado

📝 In Actie

El profesor entrena a los estudiantes para el debate.

A2

De docent traint de studenten voor het debat.

Necesitamos entrenar al perro para que no ladre tanto.

B1

We moeten de hond trainen zodat hij niet zoveel blaft.

Mi meta es entrenar un equipo campeón.

B2

Mijn doel is om een kampioensteam te coachen.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • instruir (instructie geven)
  • adiestrar (trainen (dieren/militair))

Veelvoorkomende Collocaties

  • entrenar durohard trainen
  • entrenar al equipohet team coachen

sporten, trainen (zichzelf)Ook: oefenen

WerkwoordA1regular (used reflexively)
Een vrolijk persoon in sportkleding jogt buiten op een zonnig pad.
infinitiveentrenarse
gerundentrenándose
past Participleentrenado

📝 In Actie

Me entreno en el gimnasio tres veces a la semana.

A1

Ik sport drie keer per week in de sportschool.

¿A qué hora te entrenas normalmente?

A2

Hoe laat sport jij normaal gesproken?

Ella se entrena muy duro para la maratón.

B1

Zij traint heel hard voor de marathon.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • ejercitarse (oefenen/lichaamsbeweging doen)
  • practicar (oefenen)

Veelvoorkomende Collocaties

  • entrenarse para una carreratrainen voor een race
  • entrenarse en casathuis sporten

Indicative

Present

yoentreno
entrenas
él/ella/ustedentrena
nosotrosentrenamos
vosotrosentrenáis
ellos/ellas/ustedesentrenan

Imperfect

yoentrenaba
entrenabas
él/ella/ustedentrenaba
nosotrosentrenábamos
vosotrosentrenabais
ellos/ellas/ustedesentrenaban

Preterite

yoentrené
entrenaste
él/ella/ustedentrenó
nosotrosentrenamos
vosotrosentrenasteis
ellos/ellas/ustedesentrenaron

Subjunctive

Present Subjunctive

yoentrene
entrenes
él/ella/ustedentrene
nosotrosentrenemos
vosotrosentrenéis
ellos/ellas/ustedesentrenen

Imperfect Subjunctive

yoentrenara
entrenaras
él/ella/ustedentrenara
nosotrosentrenáramos
vosotrosentrenarais
ellos/ellas/ustedesentrenaran

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "entrenar" in het Spaans:

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: entrenar

Vraag 1 van 2

Welke zin gebruikt 'entrenar' correct om te zeggen 'Ik sport dagelijks'?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
📚 Etymologie

Komt van het Oudfranse woord 'entraîner' (meeslepen, leiden), wat oorspronkelijk verwees naar het leiden of begeleiden van paarden. Deze betekenis evolueerde naar het begeleiden van mensen, vooral ter voorbereiding op een wedstrijd of vaardigheid.

Eerste vermelding: 15th century (in Spanish usage)

Cognaten (Verwante woorden)

French: entraînerPortuguese: treinar

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

¿Cuál es la diferencia entre 'entrenar' y 'practicar'?

'Entrenar' richt zich op fysieke of mentale conditionering en voorbereiding, vaak met een specifiek doel zoals een race of wedstrijd. 'Practicar' wordt over het algemeen gebruikt voor het herhaaldelijk uitvoeren van een activiteit om een vaardigheid te verbeteren, zoals 'practicar la guitarra' (gitaar oefenen).

Wanneer moet ik 'entrenar' gebruiken en wanneer 'ejercitar'?

Beide betekenen 'oefenen' of 'sporten', maar 'entrenar' impliceert vaak een gestructureerde, doelgerichte routine (zoals trainen voor een marathon). 'Ejercitar' is een algemenere term voor fysieke activiteit, zoals 'ejercitar los músculos' (de spieren trainen/oefenen).