Hoe zeg je "oefenen" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “oefenen” is “entrenar” — gebruik 'entrenar' voor algemene fysieke training of sporten, zoals naar de sportschool gaan of een sport beoefenen.
entrenar
en-treh-NARentɾeˈnaɾ

Voorbeelden
Me entreno en el gimnasio tres veces a la semana.
Ik sport drie keer per week in de sportschool.
¿A qué hora te entrenas normalmente?
Hoe laat sport jij normaal gesproken?
Ella se entrena muy duro para la maratón.
Zij traint heel hard voor de marathon.
Het Wederkerende Werkwoord
Wanneer je jezelf traint, moet je de wederkerende vorm 'entrenarse' gebruiken, samen met het corresponderende voornaamwoord (me, te, se, nos, os, se). Dit geeft aan dat de actie terugkomt bij de persoon die de handeling verricht. Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse 'zichzelf trainen' of 'sporten'.
Het Wederkerend Voornaamwoord Vergeten
Fout: “Yo entreno cada día. (Ik train elke dag.)”
Correctie: Yo me entreno cada día. (Ik sport elke dag.) Het wederkerend voornaamwoord 'me' is noodzakelijk als je over je eigen routine praat, net zoals in het Nederlands 'ik train mezelf' of 'ik sport' impliceert.
practicar
prak-ti-KARprak.tiˈkaɾ

Voorbeelden
Necesitas practicar la guitarra todos los días para mejorar.
Je moet elke dag gitaar oefenen om beter te worden.
Ellos están practicando su presentación para mañana.
Ze repeteren hun presentatie voor morgen.
¿Practicas algún deporte?
Speel/oefen je een sport?
Spellingverandering voor klankbehoud
In de 'yo'-vorm van de preteritum en in alle gebiedende wijs (subjuntivo) vormen verandert de 'c' in 'qu' (bv. 'yo practiqué', 'que yo practique'). Dit is puur om de harde 'k'-klank te behouden, net zoals in het Nederlands bij woorden als 'pakken' (ik pakte).
Verwarring tussen 'Practicar' en 'Tocar'
Fout: “Het gebruik van 'tocar' voor het beoefenen van een sport of vaardigheid (bv. *tocar fútbol*).”
Correctie: Gebruik 'practicar' voor vaardigheden/sporten ('practicar fútbol'). Gebruik 'tocar' alleen voor het bespelen van muziekinstrumenten of het aanraken van objecten.
ejercitar
e-her-see-TARexersiˈtar

Voorbeelden
Es importante ejercitar los músculos de la espalda.
Het is belangrijk om de rugspieren te trainen.
Debes ejercitar la mente leyendo libros difíciles.
Je moet je geest trainen door moeilijke boeken te lezen.
El atleta ejercita su resistencia corriendo cada mañana.
De atleet traint zijn uithoudingsvermogen door elke ochtend te rennen.
Gebruik van 'ejercitar' vs 'ejercitarse'
Gebruik 'ejercitar' als je een specifiek ding traint (zoals 'mijn benen'). Gebruik 'ejercitarse' als je gewoon wilt zeggen 'ik ga sporten' in het algemeen.
Altijd regelmatig
Dit werkwoord volgt het standaardpatroon voor werkwoorden die eindigen op -ar, dus het is gemakkelijk te vervoegen als je de basisregels kent!
Directe objecten
Fout: “Yo ejercito cada mañana.”
Correctie: Yo me ejercito cada mañana (of) Yo hago ejercicio cada mañana. 'Ejercitar' moet meestal aangeven *wat* je traint.
ensayar
en-sah-YARen.saˈʝar

Voorbeelden
La banda tiene que ensayar para el concierto de mañana.
De band moet repeteren voor het concert van morgen.
He estado ensayando mi discurso toda la tarde.
Ik ben vanmiddag mijn toespraak aan het oefenen geweest.
Regelmatig -ar Patroon
Dit werkwoord volgt de standaardregels voor werkwoorden die eindigen op -ar. Zodra je het patroon kent, kun je het gemakkelijk vervoegen!
Ensayar vs. Practicar
Fout: “Het gebruik van 'practicar' voor een theaterrepetitie.”
Correctie: Gebruik 'ensayar' voor optredens (toneelstukken, muziek) en 'practicar' voor sport of algemene vaardigheden. In het Nederlands gebruiken we vaak 'oefenen' voor beide, maar 'repeteren' is specifieker voor de uitvoering.
entrenando
en-treh-NAN-dohentɾeˈnando

Voorbeelden
Estoy entrenando para el maratón de la próxima semana.
Ik ben aan het trainen voor de marathon van volgende week.
Llevamos tres horas entrenando en la cancha.
We zijn al drie uur aan het oefenen op het veld.
Ella está entrenando a los nuevos empleados.
Zij is de nieuwe werknemers aan het inwerken/trainen.
De '-ando' uitgang
In het Spaans is de '-ando' uitgang vergelijkbaar met de Nederlandse '-end' of de constructie 'aan het + infinitief' voor '-ar' werkwoorden. Het geeft aan dat de actie nu plaatsvindt.
Combineren met 'Estar'
Om te zeggen 'Ik ben aan het trainen', moet je het werkwoord 'estar' (zijn) gebruiken gevolgd door 'entrenando'. Voorbeeld: 'Estoy entrenando.'
Niet gebruiken als zelfstandig naamwoord
Fout: “Me gusta el entrenando.”
Correctie: Me gusta el entrenamiento. Gebruik 'entrenamiento' voor het zelfstandig naamwoord (de training/oefensessie) en 'entrenando' alleen voor de lopende actie.
mover
moh-VEHRmoˈβeɾ

Voorbeelden
¡Muévete! Vamos a llegar tarde.
Kom op! / Ga! We gaan te laat komen.
El bebé ya puede moverse solo.
De baby kan zich al zelfstandig bewegen.
Si no te mueves, te quedarás frío.
Als je niet beweegt, krijg je het koud.
Reflexieve Actie
De reflexieve vorm ('moverse') betekent dat het onderwerp de actie op zichzelf uitvoert. Je moet het juiste voornaamwoord toevoegen (me, te, se, nos, os, se) vóór het werkwoord: 'Yo me muevo' (Ik beweeg mijzelf).
Transitief en Reflexief verwarren
Fout: “Yo muevo a la izquierda.”
Correctie: Yo me muevo a la izquierda. Als *jij* je positie verandert, moet je de reflexieve vorm 'moverse' gebruiken.
Verwarring tussen trainen en repeteren
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.





