Hoe zeg je "gezegd" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “gezegd” is “dicho” — A2 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Ya te he dicho la verdad.
Ik heb je de waarheid al verteld.
¿Qué has dicho? No te oí.
Wat heb je gezegd? Ik heb je niet gehoord.
Nos han dicho que la tienda está cerrada.
Ze hebben ons verteld dat de winkel gesloten is.
Partner van 'Haber'
Zie 'dicho' als het sleutelingrediënt om over het verleden te praten met 'haber'. Het volgt bijna altijd een vorm van dit hulpwerkwoord, zoals in 'he dicho' (ik heb gezegd) of 'habíamos dicho' (wij hadden gezegd).
Een Onregelmatige Vorm om te Onthouden
Het werkwoord 'decir' (zeggen) is onregelmatig. Het voltooid deelwoord is niet 'decido', maar deze speciale vorm: 'dicho'. Dit is er eentje die je gewoon moet onthouden!
Verwarring tussen 'Dicho' en 'Dijo'
Fout: “Yo he dijo la verdad.”
Correctie: Yo he dicho la verdad. Gebruik 'dijo' om 'hij/zij zei' in de onvoltooid verleden tijd aan te geven, maar gebruik altijd 'dicho' met het hulpwerkwoord 'haber' (he, has, ha...).
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.