Hoe zeg je "ik haat" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “ik haat” is “odio” — gebruik 'odio' voor een algemene en directe uiting van haat of sterke afkeer in alledaagse situaties. Het is de meest voorkomende en neutrale vertaling.
odio
OH-dyohˈo.ðjo

Voorbeelden
Odio madrugar los fines de semana.
Ik haat het om in het weekend vroeg op te staan.
Odio levantarme temprano los domingos.
Ik haat het om op zondagochtend vroeg op te staan.
Odio cuando la gente habla en el cine.
Ik haat het als mensen praten in de bioscoop.
Te soy sincero, odio las sorpresas.
Ik zal eerlijk zijn, ik haat verrassingen.
Dingen Haten versus Handelingen Haten
Je kunt een ding haten: 'Odio el tráfico' (Ik haat het verkeer). Om te zeggen dat je iets niet graag doet, volgt op 'odio' gewoon de basisvorm van het werkwoord ('-ar', '-er', of '-ir'): 'Odio esperar' (Ik haat wachten). Dit is vergelijkbaar met het Nederlands: 'Ik haat wachten' (infinitief).
Mensen Haten? Voeg een 'a' toe
Fout: “Odio mi vecino.”
Correctie: Odio a mi vecino. (Wanneer de persoon of het huisdier dat je haat specifiek is, moet je het kleine woordje 'a' direct na het werkwoord toevoegen. Dit is de 'persoonlijke a' en het geeft aan dat je over een levend wezen praat. Dit is een typisch Spaans kenmerk dat het Nederlands niet heeft.)
detesto
deh-TES-tohdeˈtesto

Voorbeelden
Detesto tener que esperar tanto tiempo.
Ik heb er een hekel aan om zo lang te moeten wachten.
Detesto levantarme temprano los fines de semana.
Ik heb er een hekel aan om in het weekend vroeg op te staan.
Si detesto el ajo, ¿por qué lo pones en todo?
Als ik knoflook verfoei, waarom doe je het dan overal in?
Detesto la injusticia, es algo que no tolero.
Ik verfoei onrecht; het is iets wat ik niet kan tolereren.
Het gebruik van de 'Ik'-vorm
'Detesto' is de tegenwoordige tijd-vorm die alleen wordt gebruikt als de actie door 'yo' (ik) wordt uitgevoerd. Het betekent 'ik verfoei' op dit moment of in het algemeen.
Volgen met zelfstandige naamwoorden
Wanneer je een algemeen ding verfoeit (zoals 'lawaai' of 'broccoli'), moet je meestal het bepaald lidwoord (el, la, los, las) direct na het werkwoord gebruiken: 'Detesto el frío' (Ik heb een hekel aan de kou). Dit is vergelijkbaar met het Nederlands, waar we ook 'Ik haat de kou' zeggen.
Intensiteit verwarren
Fout: “I detesto el café.”
Correctie: Detesto el café. ('Detestar' is vaak iets sterker of formeler dan 'odiar' (haten), hoewel ze meestal uitwisselbaar zijn. Nederlanders gebruiken 'haten' vaak al heel sterk, dus het verschil is subtiel.)
Odio vs. Detesto
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

