Hoe zeg je "afkeer" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “afkeer” is “asco” — gebruik 'asco' voor een sterke, vaak fysieke, walging of afkeer van iets dat je zeer onaangenaam vindt.
asco
ahs-kohˈasko

Voorbeelden
El olor a pescado podrido me dio mucho asco.
De geur van rotte vis gaf me veel walging.
¡Qué asco! No puedo creer que comiste eso.
Wat vies! Ik kan niet geloven dat je dat hebt gegeten.
Siento asco por la crueldad animal.
Ik voel afkeer van dierenmishandeling.
Walging uitdrukken (De 'Dar'-truc)
Om te zeggen 'Ik walg van X', gebruikt het Spaans meestal het werkwoord 'dar' (geven) met de structuur 'Me da asco X' (X geeft mij walging). Het werkt precies zoals 'gustar' (leuk vinden).
Onjuist gebruik van 'Estar'
Fout: “Estoy asco.”
Correctie: Me da asco. 'Asco' is een zelfstandig naamwoord, geen bijvoeglijk naamwoord. Je zegt niet 'Ik ben walging'. Gebruik 'Me da asco' (Het geeft mij walging) of 'Siento asco' (Ik voel walging).
odio
OH-dyohˈo.ðjo

Voorbeelden
El odio entre las dos familias era muy antiguo.
De haat tussen de twee families was zeer oud.
La película trata sobre el amor y el odio.
De film gaat over liefde en haat.
No dejes que el odio controle tu vida.
Laat haat je leven niet beheersen.
'Odio' is een Mannelijk Zelfstandig Naamwoord
Hoewel het niet op '-o' eindigt, is 'odio' een mannelijk woord in het Spaans. Gebruik altijd 'el' of 'un' ervoor, zoals 'el odio' (de haat) of 'un odio profundo' (een diepe haat). Dit is anders dan in het Nederlands, waar 'de haat' mannelijk is, maar het woord zelf niet per se een vaste uitgang heeft.
Het Verkeerde Geslacht Gebruiken
Fout: “La odio es mala.”
Correctie: El odio es malo. ('Odio' is een mannelijk woord in het Spaans, dus alle woorden die het beschrijven, zoals 'malo', moeten ook mannelijk zijn. Dit is vergelijkbaar met hoe je in het Nederlands 'de haat' zegt, niet 'het haat'.)
náusea
Voorbeelden
Su hipocresía me da náusea.
Zijn hypocrisie maakt me misselijk.
alergia
ah-LEHR-hee-ahaˈleɾxja

Voorbeelden
Le tengo alergia al trabajo duro.
Ik ben 'allergisch' voor hard werken (ik haat het echt).
Parece que tienes alergia a limpiar la cocina.
Het lijkt erop dat je een allergie hebt voor het schoonmaken van de keuken.
Mi gato le tiene alergia al agua.
Mijn kat heeft een allergie voor water (hij haat het).
Het toevoegen van 'le'
Wanneer je dit figuurlijk gebruikt, voegen we vaak het kleine woordje 'le' toe vóór het werkwoord 'tener' om te wijzen naar het ding dat we niet leuk vinden: 'Le tengo alergia a...'
Letterlijk versus figuurlijk
Fout: “Soy alergia a las matemáticas.”
Correctie: Tengo alergia a las matemáticas. (Onthoud dat 'alergia' een zelfstandig naamwoord is; gebruik 'tener' om te zeggen dat je het hebt, niet 'ser'.)
Verwarring tussen 'asco' en 'náusea'
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.


