Inklingo

Hoe zeg je "jij wacht" in het Spaans

Dutch → Spaans

esperas

es-PEH-ras/esˈpeɾas/

WerkwoordA1Informeel
Gebruik 'esperas' (stam van 'esperar' in de 'tú'-vorm, tegenwoordige tijd) wanneer je direct aan één persoon vraagt wat diegene verwacht of hoopt.
Een jong kind dat geduldig op een kleine houten bank zit, met één rode bloem in de hand, verwachtingsvol naar de rechterkant van de afbeelding kijkend, wat de handeling van wachten illustreert.

Voorbeelden

¿Qué esperas de esta situación?

Wat verwacht jij van deze situatie?

¿Qué esperas de mí?

Wat verwacht jij van mij?

Esperas el autobús en la esquina.

Jij wacht op de bus op de hoek.

Si esperas demasiado, lo perderás.

Als je te lang wacht, verlies je het.

Wachten op Personen versus Zaken

Wanneer je op een persoon wacht, gebruik je 'a' vóór de persoon: 'Esperas a María.' Wanneer je op een zaak wacht, is er geen 'a' nodig: 'Esperas el tren.' Dit is anders dan in het Nederlands, waar je bij beide 'op' gebruikt (wachten op Maria, wachten op de trein).

Wachten versus Hopen

Het werkwoord 'esperar' dekt beide betekenissen. De context bepaalt welke het is. Als je wacht op iets goeds, betekent het vaak 'hopen'.

Verwarring tussen 'esperar' en 'verwachten' (als hoop)

Fout:Espero que tú vas a venir. (Onjuiste werkwoordsvorm)

Correctie: Espero que tú vayas a venir. (Gebruik de speciale werkwoordsvorm—de aanvoegende wijs (subjuntivo)—na 'esperar' bij het uiten van hoop of verwachting. In het Nederlands gebruiken we hier vaak de toekomende tijd of een hulpwerkwoord.)

esperes

es-PEH-res/esˈpeɾes/

WerkwoordB1Neutraal
Gebruik 'esperes' (stam van 'esperar' in de 'tú'-vorm, tegenwoordige wijs van de conjunctief) wanneer je een wens, hoop of bevel uitdrukt gericht aan één persoon.
Een eenvoudige kinderboekillustratie van een vriendelijk jong persoon die geduldig naast een felgekleurde parkbank staat en met een verwachtingsvolle uitdrukking in de verte kijkt.

Voorbeelden

Espero que tú esperes aquí hasta que yo vuelva.

Ik hoop dat jij hier wacht tot ik terugkom.

Necesito que tú esperes hasta que yo llegue.

Ik wil dat jij wacht tot ik aankom.

No esperes que sea fácil; tienes que practicar mucho.

Verwacht niet dat het makkelijk is; je moet veel oefenen.

Ojalá esperes un milagro, pero no cuentes con ello.

Ik hoop dat je op een wonder wacht, maar reken er niet op.

Twee functies van 'Esperes'

'Esperes' is de vorm die gebruikt wordt voor 'jij (tú)' in twee situaties: bij een negatief bevel ('No esperes') EN wanneer de actie onzeker, gewenst of betwijfeld is (bv. 'Quiero que esperes').

De Aanvoegende Wijze (Subjuntivo) Trigger

Je moet 'esperes' (de speciale werkwoordsvorm) gebruiken na uitdrukkingen van wens, emotie, twijfel of noodzaak, vaak ingeleid door 'que' (bv. 'Es bueno que esperes').

Verwarring tussen Indicatief en Aanvoegende Wijze

Fout:Quiero que tú esperas aquí.

Correctie: Quiero que tú esperes aquí. (De wens in het eerste werkwoord 'quiero' dwingt het tweede werkwoord om de speciale 'esperes'-vorm aan te nemen, net zoals in het Nederlands 'Ik wil dat je wacht' en niet 'Ik wil dat je wacht'.)

Directe vraag versus indirecte wens

De meest gemaakte fout is het verwarren van een directe vraag ('jij wacht' als vraag) met een indirecte wens of hoop ('ik hoop dat jij wacht'). Gebruik 'esperas' voor directe vragen en 'esperes' (conjunctief) voor wensen/hoop/bevelen.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.