Hoe zeg je "leugenaar" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “leugenaar” is “mentiroso” — gebruik 'mentiroso' als je het over een persoon hebt die vaak liegt of die specifiek op dat moment een leugen vertelt.
mentiroso
men-tee-ROH-somentiˈroso

Voorbeelden
¡No le creas! Es un mentiroso.
Geloof hem niet! Hij is een leugenaar.
Mi hijo dijo que no era un mentiroso, pero tenía chocolate en la cara.
Mijn zoon zei dat hij geen leugenaar was, maar hij had chocolade op zijn gezicht.
De Vrouwelijke Leugenaar
Als je verwijst naar een vrouw, verandert het zelfstandig naamwoord in 'la mentirosa.' Het concept is hetzelfde, maar het woord moet overeenkomen met haar geslacht.
cha
ch-ahtʃa

Voorbeelden
¡Cha! Tú no corriste cinco kilómetros.
Echt niet! Je hebt geen vijf kilometer gerend.
Dijo que es amigo de Messi. ¡Chá!
Hij zei dat hij bevriend is met Messi. Ja, echt wel!
¡Chá, no te creo nada!
Leugenaar, ik geloof je helemaal niet!
De Klank van Ongeloof
In Chili wordt dit woord vaak uitgesproken met een scherpe, stijgende intonatie (soms geschreven als 'Chá') om te laten zien dat je denkt dat iemand overdrijft.
Verkeerde Regio
Fout: “Gebruik 'cha' om 'ja, echt wel' te betekenen in Mexico.”
Correctie: In Mexico zullen mensen dit misschien niet begrijpen; gebruik in plaats daarvan '¡Ajá!' of '¡Sí, cómo no!'.
Verwarring tussen 'mentiroso' en 'cha'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

