Inklingo

Hoe zeg je "markt" in het Spaans

Dutch → Spaans

mercado

mer-KAH-doh/meɾˈkado/

zelfstandig naamwoordA1standaard
Gebruik 'mercado' voor de algemene fysieke locatie waar men goederen koopt en verkoopt, of voor het bredere economische systeem.
Een hoogwaardige, boekachtige illustratie van een drukke buitenmarkt. Kleurrijke kraampjes zijn hoog opgestapeld met vers fruit en groenten, en een verkoper staat klaar om zijn waren te verkopen.

Voorbeelden

Vamos al mercado para comprar frutas frescas.

We gaan naar de markt om vers fruit te kopen.

El mercado central está abierto hasta las seis de la tarde.

De centrale markt is tot zes uur 's avonds geopend.

El mercado laboral necesita más ingenieros.

De arbeidsmarkt heeft meer ingenieurs nodig.

La caída del precio afectó al mercado global de petróleo.

De prijsdaling beïnvloedde de wereldwijde oliemarkt.

Mannelijk Zelfstandig Naamwoord

Onthoud dat 'mercado' altijd mannelijk is. In het Nederlands gebruiken we 'de' (de markt) of 'een' (een markt). Het Spaanse lidwoord is 'el' of 'un': 'el mercado' of 'un mercado'.

Specifieke Markten

Om over specifieke soorten markten te praten, combineer je 'mercado' meestal met een bijvoeglijk naamwoord (bv. 'mercado global') of een ander zelfstandig naamwoord (bv. 'mercado de valores').

Gebruik van 'mercado' voor 'winkel'

Fout:¿Hay un mercado cerca? (Wanneer je naar een financiële markt vraagt)

Correctie: Gebruik 'mercado' alleen voor een winkel of kruidenierszaak als de context duidelijk is. In een formele setting specificeer je altijd het type markt, zoals 'mercado bursátil' (beurs).

feria

FEH-ree-ah/ˈfe.ɾja/

zelfstandig naamwoordB1standaard
Gebruik 'feria' specifiek voor een openlucht- of wekelijkse markt, vaak gericht op verse producten zoals groenten en fruit.
Een marktkraam buitenshuis volgestapeld met verse, kleurrijke producten, waaronder rode appels en groene bladgroenten.

Voorbeelden

Voy a la feria a comprar fruta fresca y verduras orgánicas.

Ik ga naar de markt om vers fruit en biologische groenten te kopen.

La feria se pone todos los sábados en la plaza central.

De markt wordt elke zaterdag op het centrale plein opgezet.

plaza

/plá-sa/ (or /plá-tha/ in Spain)/ˈplaθa/

zelfstandig naamwoordA2standaard
Gebruik 'plaza' voor een traditionele markt, vaak een overdekte markthal waar specifieke producten zoals vis worden verkocht.
Een levendige illustratie van een traditionele voedselmarkt (plaza) met verkopers die felgekleurde producten aanbieden vanaf houten kraampjes.

Voorbeelden

La plaza de abastos abre temprano para vender pescado fresco.

De markthal opent vroeg om verse vis te verkopen.

Vamos a la plaza a comprar ropa nueva.

We gaan naar het winkelcentrum om nieuwe kleren te kopen. (Gebruikelijk in sommige regio's)

Mercado vs. Feria

De meest voorkomende fout is het verwarren van 'mercado' en 'feria'. Onthoud dat 'mercado' de algemene term is voor een marktplaats, terwijl 'feria' specifieker verwijst naar een wekelijkse of openluchtmarkt, vaak met een focus op verse producten.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.