Hoe zeg je "naspreken" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “naspreken” is “imitar” — A2 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
El niño imita todo lo que hace su hermano mayor.
De jongen doet alles na wat zijn oudere broer doet.
Ella sabe imitar muy bien el acento de sus amigos.
Ze weet de accenten van haar vrienden heel goed te imiteren.
No intentes imitar a los demás; es mejor ser tú mismo.
Probeer anderen niet na te doen; het is beter om jezelf te zijn.
De 'Persoonlijke A'
Wanneer je een specifiek persoon nabootst, moet je het woord 'a' gebruiken vóór hun naam of het woord voor de persoon. Bijvoorbeeld: 'Imito a mi madre' (Ik doe mijn moeder na). Dit is vergelijkbaar met hoe we in het Nederlands soms 'naar' gebruiken, zoals 'hij luistert naar zijn vader', maar hier is het een directe objectaanduiding.
Een Vriendelijk Regelmatig Werkwoord
Dit werkwoord volgt de standaardregels voor alle '-ar' werkwoorden, waardoor het heel voorspelbaar en gemakkelijk te gebruiken is in alle tijden. Het is vergelijkbaar met Nederlandse '-en' werkwoorden zoals 'praten' of 'spelen'.
Vergeet de 'a' niet
Fout: “Imito mi profesor.”
Correctie: Imito a mi profesor. Gebruik 'a' omdat je het hebt over een persoon die de actie ondergaat. Dit is een veelvoorkomende valkuil voor Nederlandstaligen die gewend zijn aan een directer object zonder voorzetsel.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.