Inklingo

Hoe zeg je "nabootsen" in het Spaans

Dutch → Spaans

imitar

/ee-mee-TAHR//imiˈtaɾ/

werkwoordA2neutraal
Gebruik 'imitar' als je het hebt over het nadoen van gedrag, acties of geluiden van iemand anders, vaak bij kinderen of dieren.
Een kind met een koksmuts en schort dat de handelingen van een volwassen chef-kok nabootst door deeg te kneden op een houten tafel.

Voorbeelden

El niño imita todo lo que hace su hermano mayor.

De jongen doet alles na wat zijn oudere broer doet.

Ella sabe imitar muy bien el acento de sus amigos.

Ze weet de accenten van haar vrienden heel goed te imiteren.

No intentes imitar a los demás; es mejor ser tú mismo.

Probeer anderen niet na te doen; het is beter om jezelf te zijn.

Este suelo de vinilo imita la madera perfectamente.

Deze vinylvloer lijkt perfect op hout.

De 'Persoonlijke A'

Wanneer je een specifiek persoon nabootst, moet je het woord 'a' gebruiken vóór hun naam of het woord voor de persoon. Bijvoorbeeld: 'Imito a mi madre' (Ik doe mijn moeder na). Dit is vergelijkbaar met hoe we in het Nederlands soms 'naar' gebruiken, zoals 'hij luistert naar zijn vader', maar hier is het een directe objectaanduiding.

Een Vriendelijk Regelmatig Werkwoord

Dit werkwoord volgt de standaardregels voor alle '-ar' werkwoorden, waardoor het heel voorspelbaar en gemakkelijk te gebruiken is in alle tijden. Het is vergelijkbaar met Nederlandse '-en' werkwoorden zoals 'praten' of 'spelen'.

Geen 'Persoonlijke A' voor Zaken

Wanneer je het hebt over materialen (zoals hout of goud), gebruik je NIET het woord 'a'. Voorbeeld: 'Imita la madera' (Het lijkt op hout). Dit is vergelijkbaar met het Nederlands, waar we geen voorzetsel gebruiken bij directe objecten van deze aard.

Vergeet de 'a' niet

Fout:Imito mi profesor.

Correctie: Imito a mi profesor. Gebruik 'a' omdat je het hebt over een persoon die de actie ondergaat. Dit is een veelvoorkomende valkuil voor Nederlandstaligen die gewend zijn aan een directer object zonder voorzetsel.

imitar

/ee-mee-TAHR//imiˈtaɾ/

werkwoordB2neutraal
Gebruik 'imitar' ook als iets een object of materiaal probeert na te bootsen, zoals een kunststof die op hout lijkt.
Een kind met een koksmuts en schort dat de handelingen van een volwassen chef-kok nabootst door deeg te kneden op een houten tafel.

Voorbeelden

Este suelo de vinilo imita la madera perfectamente.

Deze vinylvloer lijkt perfect op hout.

El niño imita todo lo que hace su hermano mayor.

De jongen doet alles na wat zijn oudere broer doet.

Ella sabe imitar muy bien el acento de sus amigos.

Ze weet de accenten van haar vrienden heel goed te imiteren.

No intentes imitar a los demás; es mejor ser tú mismo.

Probeer anderen niet na te doen; het is beter om jezelf te zijn.

De 'Persoonlijke A'

Wanneer je een specifiek persoon nabootst, moet je het woord 'a' gebruiken vóór hun naam of het woord voor de persoon. Bijvoorbeeld: 'Imito a mi madre' (Ik doe mijn moeder na). Dit is vergelijkbaar met hoe we in het Nederlands soms 'naar' gebruiken, zoals 'hij luistert naar zijn vader', maar hier is het een directe objectaanduiding.

Een Vriendelijk Regelmatig Werkwoord

Dit werkwoord volgt de standaardregels voor alle '-ar' werkwoorden, waardoor het heel voorspelbaar en gemakkelijk te gebruiken is in alle tijden. Het is vergelijkbaar met Nederlandse '-en' werkwoorden zoals 'praten' of 'spelen'.

Geen 'Persoonlijke A' voor Zaken

Wanneer je het hebt over materialen (zoals hout of goud), gebruik je NIET het woord 'a'. Voorbeeld: 'Imita la madera' (Het lijkt op hout). Dit is vergelijkbaar met het Nederlands, waar we geen voorzetsel gebruiken bij directe objecten van deze aard.

Vergeet de 'a' niet

Fout:Imito mi profesor.

Correctie: Imito a mi profesor. Gebruik 'a' omdat je het hebt over een persoon die de actie ondergaat. Dit is een veelvoorkomende valkuil voor Nederlandstaligen die gewend zijn aan een directer object zonder voorzetsel.

reproducir

/rreh-pro-doo-SEER//reproðuˈθir/

werkwoordB2neutraal
Gebruik 'reproducir' wanneer je bedoelt dat iets een stijl, kunstwerk, geluid of signaal exact probeert te kopiëren of weer te geven.
Een machine die een identieke kopie maakt van een rood papieren hart.

Voorbeelden

El artista intentó reproducir el estilo de Dalí.

De kunstenaar probeerde de stijl van Dalí te reproduceren.

Es difícil reproducir este experimento en un laboratorio.

Het is moeilijk om dit experiment in een laboratorium na te bootsen.

Las bacterias se reproducen por división celular.

Bacteriën planten zich voort door celdeling.

Reflexief voor Biologie

Als je het hebt over dieren of planten die jongen krijgen, voegen we meestal 'se' toe (reproducirse) om aan te geven dat de actie binnen die groep plaatsvindt.

Imitar vs. Reproducir

Let op het verschil: 'imitar' wordt vaak gebruikt voor gedrag of uiterlijke gelijkenis, terwijl 'reproducir' meer slaat op het exact kopiëren van iets, zoals een kunststijl of een geluid. Verwar 'imitar' (nadoen) niet met 'reproducir' (exact namaken/weergeven).

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.