Hoe zeg je "pap" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “pap” is “papá” — gebruik 'papá' als je spreekt over je eigen vader of de vader van iemand anders in een algemene, neutrale context.
Dutch → Spaans
NounA1
Gebruik 'papá' als je spreekt over je eigen vader of de vader van iemand anders in een algemene, neutrale context.
Voorbeelden
Mi papá me enseñó a andar en bicicleta.
Mijn papa leerde me fietsen.
papi
PAH-peeˈpa.pi
NounA1informal
Gebruik 'papi' als koosnaam voor je vader, vergelijkbaar met 'pappa' of 'pa', vaak gebruikt door kinderen of in een liefkozende context.

Voorbeelden
¡Papi, mira mi dibujo! ¿Te gusta?
Pappa, kijk naar mijn tekening! Vind je hem leuk?
Mi papi me va a llevar al parque este sábado.
Mijn pap gaat me dit zaterdag mee naar het park nemen.
De affectieve '-i' uitgang
In dit geval is 'papi' een verkorte, affectieve vorm van 'papá' (de volledige verkleinvorm is 'papito'). Het Spaans gebruikt deze uitgangen om warmte of nabijheid uit te drukken.
Papá vs. Papi
De meest gemaakte fout is het gebruiken van 'papi' in formele situaties of als neutrale verwijzing naar iemands vader. 'Papá' is de standaardterm, terwijl 'papi' een koosnaam is.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.
