Hoe zeg je "rook" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “rook” is “humo” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Había mucho humo saliendo de la chimenea.
Er kwam veel rook uit de schoorsteen.
El olor a humo me picaba los ojos.
De geur van rook prikte in mijn ogen.
Geslachtstip
Aangezien 'humo' eindigt op -o, is het een mannelijk zelfstandig naamwoord (mannelijk in het Spaans), dus je gebruikt altijd 'el' of 'un' ervoor: 'el humo'. In het Nederlands is 'rook' onzijdig ('de rook').
Zelfstandig naamwoord en Werkwoord Verwarren
Fout: “Het gebruik van 'humo' wanneer je het werkwoord 'roken' (zoals een sigaret) bedoelt.”
Correctie: Gebruik het zelfstandig naamwoord 'humo' voor de substantie, en het werkwoord 'fumar' (roken) voor de handeling. Voorbeeld: 'No me gusta el humo, pero él fuma.' (Ik houd niet van de rook, maar hij rookt.)
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.