Hoe zeg je "ruiken" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “ruiken” is “apestar” — gebruik 'apestar' als het Nederlandse 'ruiken' verwijst naar een nare, onaangename geur. Het betekent letterlijk 'stinken'.
Voorbeelden
Tu ropa huele mal, ¡debe apestar mucho!
Je kleren ruiken slecht, ze moeten erg stinken!
husmear
oos-meh-AHRus.meˈaɾ

Voorbeelden
El perro husmea la comida en la cocina.
De hond ruikt (snuffelt aan) het eten in de keuken.
El perro empezó a husmear el rastro del conejo en el jardín.
De hond begon het spoor van het konijn in de tuin te besnuffelen.
No me gusta que la gente venga a husmear en mi oficina.
Ik vind het niet fijn als mensen op mijn kantoor komen rondneuzen.
Vimos a un extraño husmeando cerca de la puerta trasera.
We zagen een vreemdeling bij de achterdeur rondneuzen.
Gebruik met 'en'
Als je ergens specifiek in 'rondneust' of 'glurend' bent, zoals in een lade of een gesprek, gebruik dan altijd het voorzetsel 'en' na het werkwoord.
Snuffelen versus Ruiken
In tegenstelling tot 'oler' (ruiken), wat passief kan zijn, is 'husmear' een actieve beweging waarbij je actief op zoek bent naar een geur of informatie.
Husmear versus Oler
Fout: “Huelo en tu cajón.”
Correctie: Husmeo en tu cajón. (Gebruik 'husmear' voor de fysieke handeling van het rondneuzen of doorzoeken van iets).
Stinken of Snuffelen?
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.
