Hoe zeg je "shirt" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “shirt” is “camiseta” — gebruik 'camiseta' voor een algemeen T-shirt, sportshirt of een casual bovenstuk dat geen specifieke sportuniform is.
camiseta
kah-mee-SEH-tahka.miˈse.ta

Voorbeelden
Me puse una camiseta azul para ir al parque.
Ik trok een blauw T-shirt aan om naar het park te gaan.
Llevaba la camiseta de su equipo de fútbol favorita.
Hij droeg het shirt van zijn favoriete voetbalteam.
Necesito doblar las camisetas limpias y guardarlas en el armario.
Ik moet de schone T-shirts opvouwen en in de kast leggen.
Geslachtswaarschuwing
Onthoud dat 'camiseta' een vrouwelijk woord is. Je moet dus 'la' of 'una' ervoor gebruiken, en alle beschrijvende woorden (bijvoeglijke naamwoorden) moeten ook op '-a' eindigen (bv. la camiseta roja).
Verwarring tussen T-shirt en overhemd
Fout: “Het gebruik van 'camiseta' als je 'camisa' bedoelt (een overhemd met knopen).”
Correctie: 'Camiseta' is altijd het informele T-shirt. Gebruik 'camisa' voor het meer formele shirt met een kraag.
jersey
HER-seyˈxeɾ.sei̯

Voorbeelden
El futbolista se quitó el jersey después del partido.
De voetballer trok zijn shirt uit na de wedstrijd.
Ella colecciona los jerseys de su equipo favorito.
Zij verzamelt de shirts van haar favoriete team.
Gebruik van 'Ponerse'
Wanneer je het hebt over het aantrekken van een shirt of uniform, gebruik je meestal het reflexieve werkwoord 'ponerse' (zichzelf aandoen). Dit komt overeen met het Nederlandse 'zich aantrekken'.
Camiseta vs. Jersey
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

