Hoe zeg je "skeletdeel" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “skeletdeel” is “hueso” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.
Dutch → SpaansA1
nounA1

Voorbeelden
Me rompí un hueso del brazo jugando al fútbol.
Ik brak een bot in mijn arm tijdens het voetballen.
El perro estaba feliz con su hueso nuevo.
De hond was blij met zijn nieuwe bot.
Geslacht en Meervoud
Aangezien 'hueso' een mannelijk zelfstandig naamwoord is, gebruikt het 'el' (el hueso) en 'los' (los huesos). Onthoud dat het verwijst naar één stuk van de lichaamsstructuur.
De 'H' uitspreken
Fout: “Hueso wordt uitgesproken als /hwe.so/ (met een 'h'-klank zoals in het Engelse 'house').”
Correctie: De 'h' in het Spaans is altijd stil. Het moet klinken als 'WAY-soh', beginnend met de 'u'-klank.
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.