Hoe zeg je "uitnodigen" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “uitnodigen” is “invitar” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
¿A quién vas a invitar a tu cumpleaños?
Wie ga jij uitnodigen voor je verjaardag?
Me invitaron a una boda en la playa.
Ze hebben mij uitgenodigd voor een bruiloft op het strand.
Ellos invitan a todos sus vecinos a la cena navideña.
Ze nodigen al hun buren uit voor het kerstdiner.
Gebruik van 'a' bij de uitnodiging
Wanneer je iemand naar een plaats of evenement uitnodigt, moet je altijd de voorzetsel 'a' gebruiken direct na 'invitar': 'Invitar [persoon] a [plaats/evenement]'. Dit verschilt van het Nederlands, waar 'naar' of 'voor' wordt gebruikt, maar de structuur is anders dan in het Engels.
Het weglaten van de 'a'
Fout: “Voy a invitar mi casa. (Incorrect)”
Correctie: Voy a invitar *a* mi casa. (Correct) – Je hebt het verbindingswoord 'a' nodig.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.