Hoe zeg je "vliegreis" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “vliegreis” is “vuelo” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.
Dutch → SpaansA1
nounA1

Voorbeelden
Nuestro vuelo a Chile sale a las diez de la noche.
Onze vlucht naar Chili vertrekt vanavond om tien uur.
¿Perdiste el vuelo? ¡Qué lástima!
Heb je de vlucht gemist? Wat jammer!
Compré un vuelo directo para evitar las escalas.
Ik heb een directe vlucht geboekt om overstappen te vermijden.
Verwarring tussen Zelfstandig Naamwoord en Werkwoord
Fout: “Het gebruik van 'volar' wanneer je het zelfstandig naamwoord 'vuelo' bedoelt.”
Correctie: 'Volar' betekent 'vliegen' (de actie), terwijl 'vuelo' de geboekte reis zelf is. Correct: 'El vuelo es mañana.' (De vlucht is morgen.)
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.