Hoe zeg je "winkelen voor" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “winkelen voor” is “comprar” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Voy a comprar pan en la tienda.
Ik ga brood kopen in de winkel.
¿Qué compraste en el mercado?
Wat heb je gekocht op de markt?
Compramos los boletos para el concierto en línea.
We hebben de kaartjes voor het concert online gekocht.
Voor wie kopen
Om aan te geven voor wie je iets koopt, gebruik je 'para'. Bijvoorbeeld: 'Compro un regalo para mi madre' (Ik koop een cadeau voor mijn moeder). Je kunt ook kleine voornaamwoorden zoals 'le' of 'te' vóór het werkwoord gebruiken: 'Le compro un regalo' (Ik koop een cadeau voor haar).
Verwarring tussen 'comprar' en 'vender'
Fout: “El dueño me compra el coche por cinco mil euros.”
Correctie: El dueño me vende el coche... (De eigenaar verkoopt mij de auto...). Onthoud: 'comprar' is wat jij doet, 'vender' is wat de winkel of verkoper doet.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.