aplazar
“aplazar” betekent “uitstellen” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
uitstellen
Ook: vertragen, uitstellen
📝 In Actie
Tuvimos que aplazar la boda hasta el próximo año.
A2We moesten de bruiloft tot volgend jaar uitstellen.
El partido se aplazó por la lluvia.
B1De wedstrijd werd vertraagd vanwege de regen.
No puedes aplazar tus decisiones para siempre.
B2Je kunt je beslissingen niet voor altijd uitstellen.
een student laten zakken

📝 In Actie
El profesor me aplazó en el examen final.
B2De leraar liet me zakken voor het eindexamen.
Si no estudias, te van a aplazar.
B1Als je niet studeert, laten ze je zakken.
🔄 Vervoegingen
subjunctive
imperfect
present
indicative
preterite
imperfect
present
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: aplazar
Vraag 1 van 3
Welke zin is correct gespeld in de verleden tijd?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Van het Spaanse voorvoegsel 'a-' (naar) en het zelfstandig naamwoord 'plazo' (deadline/periode), dat afkomstig is van het Latijnse 'placitum' (overeenkomst/plezier).
Eerste vermelding: 13th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Is 'aplazar' formeler dan 'posponer'?
Ze zijn erg vergelijkbaar, maar 'aplazar' komt iets vaker voor in zakelijke of administratieve contexten wanneer het gaat om officiële deadlines.
Kan ik 'aplazar' gebruiken voor een vertraging van een vlucht?
Meestal wordt voor een vluchtvertraging 'retrasar' gebruikt. 'Aplazar' impliceert dat het hele evenement voor een andere dag of tijdslot werd verplaatst.
Waarom verandert de 'z' in een 'c'?
In het Spaans worden 'ze' en 'zi' meestal vervangen door 'ce' en 'ci' om dezelfde zachte klank te behouden en tegelijkertijd te voldoen aan standaard spellingspatronen.

