dijo
“dijo” betekent “hij zei” in het Spaans.
hij zei, zij zei, het stond, u zei
Ook: hij vertelde, zij vertelde
📝 In Actie
Ella dijo que no.
A1Zij zei nee.
Mi amigo me dijo un secreto.
A2Mijn vriend vertelde me een geheim.
El presidente dijo que la economía mejoraría.
B1De president zei dat de economie zou verbeteren.
¿Qué fue lo que usted dijo?
A2Wat was het dat u (formeel) zei?
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
Woorden die vertaald worden als "dijo" in het Spaans:
het stond→hij vertelde→hij zei→u zei→zij vertelde→zij zei→✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: dijo
Vraag 1 van 1
Welke zin gebruikt 'dijo' correct voor een enkele, voltooide actie in het verleden?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Het komt van het Latijnse woord 'dīxit', wat letterlijk 'hij/zij/het zei' betekent. Dit was een vorm van het werkwoord 'dīcere', wat 'zeggen' of 'spreken' betekent, en ook de voorouder is van het moderne Spaanse werkwoord 'decir'.
Eerste vermelding: 10th century (as 'dixo')
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'dijo' en 'decía'?
Denk eraan als een foto versus een video. 'Dijo' is een foto—het legt een enkele, voltooide actie vast ('Hij zei één ding'). 'Decía' is een video—het beschrijft een voortdurende of herhaalde actie in het verleden ('Hij was aan het zeggen...' of 'Hij zei vroeger...').
Hoe weet ik of 'dijo' 'hij zei', 'zij zei' of 'u zei' betekent?
Dat weet u uit de context! Als u het net over María had, betekent 'dijo' 'zij zei'. Als u het over Juan had, betekent het 'hij zei'. De omliggende zinnen maken het duidelijk.
Is 'dijo' hetzelfde als 'habló'?
Niet helemaal. 'Habló' betekent 'hij/zij sprak' en verwijst naar de algemene daad van spreken ('Zij sprak een uur lang'). 'Dijo' betekent 'hij/zij zei' en wordt gebruikt om de specifieke inhoud van wat er gesproken werd weer te geven ('Zij zei hallo').