fijo
“fijo” betekent “vast” in het Spaans. Het heeft 3 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
vast, vast
Ook: stabiel, vastgesteld
📝 In Actie
Necesito un trabajo fijo con beneficios.
A2Ik heb een vaste baan met secundaire arbeidsvoorwaarden nodig.
El sillón está fijo a la pared y no se puede mover.
A1De fauteuil zit vast aan de muur en kan niet bewogen worden.
Tenemos una tarifa fija por la electricidad cada mes.
B1We hebben elke maand een vast tarief voor elektriciteit.
zeker
Ook: onwankelbaar
📝 In Actie
Es fijo que vendrá a la reunión de mañana.
B1Het is zeker dat hij morgen naar de vergadering komt.
Ella mantuvo su mirada fija en el horizonte.
B2Ze hield haar vaste/onwankelbare blik op de horizon.
vaste lijn

📝 In Actie
¿Tienes mi móvil o solo el fijo?
B2Heb je mijn mobiel of alleen de vaste lijn?
Llama al fijo si no contesto el celular.
B2Bel de vaste lijn als ik de mobiel niet opneem.
Vertaal naar het Spaans
Woorden die vertaald worden als "fijo" in het Spaans:
onwankelbaar→stabiel→vast→vaste lijn→vastgesteld→zeker→✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: fijo
Vraag 1 van 1
Welke zin gebruikt 'fijo' om 'zekerheid' aan te duiden in plaats van 'permanentie'?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Het woord komt rechtstreeks van het Latijnse *fixus*, wat 'vast', 'bevestigd' of 'onbeweeglijk' betekent. De betekenis is door de eeuwen heen zeer stabiel gebleven.
Eerste vermelding: 13th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'fijo' en 'seguro'?
'Fijo' benadrukt stabiliteit, onbeweeglijkheid of permanentie (zoals een vast object of een vaste baan). 'Seguro' betekent 'veilig' of 'zeker/vertrouwend'. Hoewel ze in sommige contexten beide naar 'zeker' kunnen vertalen ('Es fijo que viene' / 'Es seguro que viene'), heeft 'fijo' over het algemeen de voorkeur bij het spreken over fysiek vaststaande zaken of langdurige contracten.


