fuimos
“fuimos” betekent “we gingen” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
we gingen
Ook: we reden, we begaven ons
📝 In Actie
Fuimos a la playa el fin de semana pasado.
A1We gingen afgelopen weekend naar het strand.
¿A dónde fuimos después de la cena?
A2Waar gingen we heen na het eten?
wij waren
Ook: wij werden
📝 In Actie
Cuando éramos niños, fuimos vecinos.
A2Toen wij kinderen waren, waren wij buren (voor een bepaalde tijd).
Fuimos los primeros en terminar el trabajo.
B1Wij waren de eersten die de klus klaarden.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: fuimos
Vraag 1 van 1
Welke zin gebruikt 'fuimos' om 'wij waren' te betekenen?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
De vorm 'fuimos' is een van de meest interessante onregelmatigheden in het Spaans! Het komt voort uit de samenvoeging van twee volledig verschillende Latijnse werkwoorden: *sum* (zijn) en *ire* (gaan). In de onvoltooid verleden tijd (pretérito) werden de vormen van deze twee werkwoorden identiek in het Spaans, waardoor de context de betekenis moest bepalen.
Eerste vermelding: Forms related to *fui* (the root of fuimos) have been attested since the earliest forms of Castilian, derived from the perfect tenses of Latin.
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Waarom betekent 'fuimos' twee verschillende dingen?
'Fuimos' is een ware taalkundige zeldzaamheid! In de onvoltooid verleden tijd gebruiken de werkwoorden *ser* (zijn) en *ir* (gaan) exact dezelfde onregelmatige vervoegingen. Je moet kijken naar de woorden eromheen: als het beweging naar een plaats inhoudt (zoals 'a casa'), betekent het 'we gingen'; als het identiteit of beschrijving betreft (zoals 'amigos'), betekent het 'wij waren'.
Hoe weet ik of ik 'fuimos' of 'íbamos' moet gebruiken?
'Fuimos' (pretérito) wordt gebruikt voor acties die op een specifiek moment in het verleden voltooid waren (bijv. 'We gingen gisteren naar het park'). 'Íbamos' (imperfectum, van *ir*) wordt gebruikt voor gewoontehandelingen ('We gingen elke zondag naar het park') of bij het beschrijven van de achtergrond/setting van een gebeurtenis in het verleden.

