irte
“irte” betekent “weggaan (jij, informeel)” in het Spaans (wanneer verwezen wordt naar de actie van 'weggaan' voor de persoon die je met 'tú' aanspreekt).

📝 In Actie
Necesitas irte ahora si quieres llegar a tiempo.
A2Je moet nu weggaan als je op tijd wilt aankomen.
Antes de irte, ¿puedes cerrar la ventana?
B1Voordat je weggaat, kun je het raam sluiten?
Si no paras de molestar, te voy a pedir que te vayas... o mejor dicho, te voy a pedir irte.
B2Als je me niet ophoudt met lastigvallen, zal ik je vragen om weg te gaan... of beter gezegd, ik zal je vragen om te vertrekken.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
Woorden die vertaald worden als "irte" in het Spaans:
jezelf wegnemen→✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: irte
Vraag 1 van 1
Welke zin gebruikt 'irte' correct?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
*Ir* komt van het Latijnse werkwoord *ire*, wat 'gaan' betekent. De toevoeging van het reflexieve voornaamwoord *se* (dat *te* wordt in *irte*) veranderde de betekenis van simpele beweging ('gaan') naar 'beweging weg van een locatie' ('weggaan').
Eerste vermelding: The root *ire* is classical, and the reflexive usage of *irse* developed in early Romance languages.
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Waarom ziet 'irte' eruit als één woord terwijl het 'ir' en 'te' betekent?
In het Spaans wordt een voornaamwoord dat verwijst naar de persoon die de handeling uitvoert (zoals 'te' verwijzend naar 'tú'), wanneer het vastgeplakt is aan een onvervoegd werkwoord (infinitief, gerundium of bevestigende gebiedende wijs), altijd als één woord geschreven. Dit helpt de lezer te zien dat het voornaamwoord bij het werkwoord hoort.
Kan ik 'irse' gebruiken in plaats van 'irte'?
Nee. *Irse* is de algemene infinitief ('weggaan'). *Irte* specificeert dat de persoon die weggaat 'tú' is (jij, informeel). Je moet het voornaamwoord (*te*) afstemmen op de persoon tegen wie je spreekt.