otro
OH-troh
/ˈo.tɾo/
Hier wordt 'otro' gebruikt om iets te beschrijven als 'een andere' of 'anders', zoals het kiezen van 'otro' kleur of 'otro' asiento (een andere stoel).
📝 In Actie
¿Quieres otro café?
A1Wil je nog een kop koffie?
Prefiero el otro coche, el azul.
A1Ik verkies de andere auto, de blauwe.
Necesito otras llaves para la puerta.
A2Ik heb andere sleutels nodig voor de deur.
Nos vemos otro día, cuando tengas más tiempo.
B1We zien elkaar een andere dag, als je meer tijd hebt.
💡 Grammaticapunten
Komt overeen met Geslacht en Getal van het Zelfstandig Naamwoord
'Otro' verandert om het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft te matchen. Gebruik 'otra' voor vrouwelijke dingen (otra casa), 'otros' voor mannelijke meervoudige dingen (otros libros), en 'otras' voor vrouwelijke meervoudige dingen (otras chicas).
Komt Vóór het Zelfstandig Naamwoord
In tegenstelling tot veel Spaanse bijvoeglijke naamwoorden, komt 'otro' bijna altijd direct vóór het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft. Denk aan 'otro libro' (een ander boek), niet 'libro otro'.
❌ Veelgemaakte Fouten
De #1 Fout: 'un' of 'una' gebruiken
Fout: “Quiero un otro vaso.”
Correctie: Zeg 'Quiero otro vaso'. In het Spaans bevat 'otro' al de betekenis van 'een'. Je hoeft er nooit 'un' of 'una' voor te zetten. Zie 'otro' als 'een-andere' in één woord.
⭐ Gebruikstips
Nadruk leggen op 'Nog Eén'
Om extra duidelijk te maken dat je 'nog één' van hetzelfde wilt, kun je 'más' na het zelfstandig naamwoord toevoegen. Bijvoorbeeld: '¿Quieres otro café más?' (Wil je nog één koffie extra?).

Alleenstaand vervangt 'otro' een zelfstandig naamwoord. Het betekent 'een andere' of 'de andere', zodat je jezelf niet hoeft te herhalen.
otro(Voornaamwoord)
een andere
?een bijkomend item
,de andere
?het andere item
iemand anders
?referring to a person
📝 In Actie
No me gusta este. ¿Me enseñas otro?
A2Ik vind deze niet leuk. Kunt u mij een andere laten zien?
Una galleta estaba rica, pero la otra estaba quemada.
B1Eén koekje was lekker, maar de andere was verbrand.
Algunos fueron a la playa, otros se quedaron en casa.
B1Sommigen gingen naar het strand, anderen bleven thuis.
Eso es problema de otro, no mío.
B2Dat is het probleem van iemand anders, niet het mijne.
💡 Grammaticapunten
Een Verkortingswoord
Gebruik 'otro' alleen om herhaling van een zojuist genoemd zelfstandig naamwoord te vermijden. In plaats van '¿Quieres otro café?', als de context duidelijk is, kun je gewoon vragen '¿Quieres otro?'.
Matcht Nog Steeds Geslacht en Getal
Zelfs wanneer het alleen wordt gebruikt, moet 'otro' overeenkomen met het geslacht en getal van het zelfstandig naamwoord dat het vervangt. 'Me gustó la película, ¿vemos otra?' (Ik vond de film leuk, zullen we een andere kijken?).
❌ Veelgemaakte Fouten
Het Lidwoord Vergeten voor 'De Andere'
Fout: “Uno es mío, y otro es tuyo.”
Correctie: Zeg 'Uno es mío, y el otro es tuyo' (Eén is van mij, en de andere is van jou). Wanneer je 'de andere specifieke' bedoelt, moet je 'el', 'la', 'los', of 'las' toevoegen.
⭐ Gebruikstips
Praten over Personen
Wanneer 'otro/a' verwijst naar een niet-gespecificeerde persoon, betekent het 'iemand anders'. Bijvoorbeeld: 'No te preocupes, lo hará otro' (Maak je geen zorgen, iemand anders zal het doen).
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: otro
Vraag 1 van 3
Welke zin is de juiste manier om in het Spaans om 'nog een biertje' te vragen?
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
📚 Meer bronnen
Veelgestelde Vragen
Waarom kan ik geen 'un otro' zeggen? Het voelt zo natuurlijk!
Dat is een veelvoorkomend gevoel voor Nederlandstaligen! De beste manier om te onthouden is dat het Spaanse woord 'otro' de 'een' of 'een' al in zijn betekenis heeft ingebouwd. Zie 'otro' als één pakket dat 'een-andere' betekent. 'Un otro' zeggen is als 'een een-andere' in het Nederlands zeggen—het is dubbelop.
Wat is het verschil tussen 'otro' en 'diferente'?
'Otro' kan 'anders' betekenen, maar het betekent vaak 'extra' of 'nog één'. 'Diferente' betekent alleen 'anders' of 'niet hetzelfde'. Als je nog een koekje wilt, vraag je om 'otra galleta'. Als je een koekje wilt dat geen chocolade is, kun je vragen om 'una galleta diferente'.
Hoe zeg ik 'elkaar' of 'wederzijds'?
Je gebruikt een frase met 'otro'. Voor twee personen zeg je 'el uno al otro' (voor mannen of een gemengde groep) of 'la una a la otra' (voor vrouwen). Bijvoorbeeld, 'Se ayudan el uno al otro' betekent 'Zij helpen elkaar'.