Inklingo

planificar

plah-nee-fee-KAHR/planifiˈkaɾ/

planificar betekent plannen in het Spaans (een gedetailleerde methode of schema opstellen).

plannen

Ook: uitstippelen, inplannen
WerkwoordB1regular with spelling change ar
Een wandelaar die naar een grote papieren kaart kijkt die op een houten tafel ligt, zich voorbereidend op een reis.
gerundplanificando
past Participleplanificado
infinitiveplanificar

📝 In Actie

Tenemos que planificar la reunión con mucho cuidado.

A2

We moeten de vergadering heel zorgvuldig plannen.

Ella planificó todo su viaje por Europa en una hoja de cálculo.

B1

Ze stippelde haar hele reis door Europa uit op een spreadsheet.

Es difícil planificar el futuro cuando las cosas cambian tanto.

B2

Het is moeilijk om voor de toekomst te plannen als dingen zoveel veranderen.

Woordverbindingen

Synoniemen

Antoniemen

  • improvisar (improviseren)
  • desorganizar (ontregelen)

Veelvoorkomende Collocaties

  • planificar con antelaciónvooraf plannen
  • planificar una estrategiaeen strategie plannen
  • planificar la economíade economie plannen

🔄 Vervoegingen

subjunctive

imperfect

ellos/ellas/ustedesplanificaran
yoplanificara
planificaras
vosotrosplanificarais
nosotrosplanificáramos
él/ella/ustedplanificara

present

ellos/ellas/ustedesplanifiquen
yoplanifique
planifiques
vosotrosplanifiquéis
nosotrosplanifiquemos
él/ella/ustedplanifique

indicative

preterite

ellos/ellas/ustedesplanificaron
yoplanifiqué
planificaste
vosotrosplanificasteis
nosotrosplanificamos
él/ella/ustedplanificó

imperfect

ellos/ellas/ustedesplanificaban
yoplanificaba
planificabas
vosotrosplanificabais
nosotrosplanificábamos
él/ella/ustedplanificaba

present

ellos/ellas/ustedesplanifican
yoplanifico
planificas
vosotrosplanificáis
nosotrosplanificamos
él/ella/ustedplanifica

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "planificar" in het Spaans:

inplannenplannenuitstippelen

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: planificar

Vraag 1 van 3

Hoe zeg je correct 'Ik heb gepland' in de verleden tijd (Preterito)?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
plan(plan)Zelfstandig naamwoord
planificación(planning)Zelfstandig naamwoord
planificador(planner)Zelfstandig naamwoord
🎵 Rijmwoorden
📚 Etymologie

Afgeleid van 'plan' (een tekening of kaart) en het achtervoegsel '-ificar' (maken of doen). Het is uiteindelijk terug te voeren op het Latijnse 'planus', wat plat of vlak betekent, zoals een oppervlak waarop je een kaart zou tekenen.

Eerste vermelding: 19th century

Cognaten (Verwante woorden)

French: planifierEnglish: plan / planify

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Wordt 'planificar' meer gebruikt in Spanje of Latijns-Amerika?

Het wordt in beide regio's evenveel gebruikt! Het is de standaardterm in de hele Spaanstalige wereld voor gedetailleerde planning.

Kan ik 'planificar' gebruiken om plannen te maken met vrienden?

Dat kan, maar het klinkt een beetje formeel. 'Quedar' (afspreken) of 'planear algo' (iets plannen) klinkt natuurlijker voor sociale gelegenheden.

Wat is het zelfstandig naamwoord voor 'de handeling van het plannen'?

Het zelfstandig naamwoord is 'la planificación'.