planificar
“planificar” betekent “plannen” in het Spaans (een gedetailleerde methode of schema opstellen).
plannen
Ook: uitstippelen, inplannen
📝 In Actie
Tenemos que planificar la reunión con mucho cuidado.
A2We moeten de vergadering heel zorgvuldig plannen.
Ella planificó todo su viaje por Europa en una hoja de cálculo.
B1Ze stippelde haar hele reis door Europa uit op een spreadsheet.
Es difícil planificar el futuro cuando las cosas cambian tanto.
B2Het is moeilijk om voor de toekomst te plannen als dingen zoveel veranderen.
🔄 Vervoegingen
subjunctive
imperfect
present
indicative
preterite
imperfect
present
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: planificar
Vraag 1 van 3
Hoe zeg je correct 'Ik heb gepland' in de verleden tijd (Preterito)?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Afgeleid van 'plan' (een tekening of kaart) en het achtervoegsel '-ificar' (maken of doen). Het is uiteindelijk terug te voeren op het Latijnse 'planus', wat plat of vlak betekent, zoals een oppervlak waarop je een kaart zou tekenen.
Eerste vermelding: 19th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wordt 'planificar' meer gebruikt in Spanje of Latijns-Amerika?
Het wordt in beide regio's evenveel gebruikt! Het is de standaardterm in de hele Spaanstalige wereld voor gedetailleerde planning.
Kan ik 'planificar' gebruiken om plannen te maken met vrienden?
Dat kan, maar het klinkt een beetje formeel. 'Quedar' (afspreken) of 'planear algo' (iets plannen) klinkt natuurlijker voor sociale gelegenheden.
Wat is het zelfstandig naamwoord voor 'de handeling van het plannen'?
Het zelfstandig naamwoord is 'la planificación'.