soñar
“soñar” betekent “dromen” in het Spaans. Het heeft 3 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
dromen

📝 In Actie
Siempre sueño con unicornios cuando duermo.
A1Ik droom altijd over eenhoorns als ik slaap.
¿Qué soñaste anoche? Parecías muy feliz.
A2Waar droomde je vannacht van? Je zag er erg gelukkig uit.
dromen van
Ook: hopen op
📝 In Actie
Mi hermana sueña con ser astronauta desde pequeña.
B1Mijn zus droomt ervan astronaut te worden sinds ze klein is.
Todos soñamos con un mundo sin guerras.
B1We dromen allemaal van een wereld zonder oorlogen.
Él sueña con viajar por toda Europa el próximo año.
B2Hij droomt ervan om volgend jaar door heel Europa te reizen.
zich voorstellen
Ook: bedenken
📝 In Actie
¿Quién soñaría con ir a esa fiesta después de lo que pasó?
B2Wie zou er zelfs maar aan denken om naar dat feest te gaan na wat er gebeurd is?
Ni en sueños podemos pagar ese coche.
C1Dat kunnen we ons niet veroorloven, niet eens in onze wildste dromen. (Letterlijk: Niet eens dromend)
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
Woorden die vertaald worden als "soñar" in het Spaans:
bedenken→dromen van→hopen op→zich voorstellen→✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: soñar
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'soñar' om een aspiratie uit te drukken?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
Het woord komt van het Latijnse werkwoord *somniare*, dat zelf gebaseerd is op *somnium* (droom). Deze connectie benadrukt dat het woord altijd verbonden is geweest met de daad van slapen en verbeelden.
Eerste vermelding: Medieval Latin period
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Hoe weet ik of 'sueño' 'droom' (zelfstandig naamwoord) of 'ik droom' (werkwoord) betekent?
De context maakt het meestal duidelijk! Als je 'el sueño' (de droom) ziet, is het het zelfstandig naamwoord. Als je 'Yo sueño' (ik droom) ziet, is het het werkwoord. Bovendien kan het zelfstandig naamwoord 'el sueño' zowel 'een droom' als 'slaperigheid/slaap' betekenen.
Waarom gebruikt 'soñar' 'con' (met) bij de vertaling van 'dromen over'?
In het Spaans, wanneer je *over* iets droomt, droom je conceptueel *met* dat ding of idee. Dit is een vast patroon in het Spaans: 'soñar con algo' (dromen over iets).


