Inklingo

sufrió

soo-FREE-ohsuˈfɾjo

sufrió betekent leed in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:

leed, maakte meeOok: doorstond

Een sprookjesachtige illustratie van een klein, eenvoudig personage dat alleen zit, zijn knieën vasthoudt en er zichtbaar verdrietig uitziet met een enkele traan die over zijn wang rolt, wat emotionele pijn illustreert.
infinitivesufrir
gerundsufriendo
past Participlesufrido

📝 In Actie

Ella sufrió mucho por la pérdida de su mascota.

A2

Ze leed veel onder het verlies van haar huisdier.

El equipo sufrió una derrota inesperada ayer.

B1

Het team leed gisteren een onverwachte nederlaag.

¿Usted sufrió algún daño en el accidente?

B1

Heeft u schade opgelopen bij het ongeval?

Woordverbindingen

Synoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • sufrió un ataqueonderging een aanval
  • sufrió mucho dolorhad veel pijn

ondergingOok: opgelopen

Een kleurrijke sprookjesachtige illustratie die een heldergroene rups toont die uit een gedeeltelijk gebarsten bruine pop komt, wat een transformatie of verandering symboliseert.

📝 In Actie

El puente sufrió daños estructurales tras el terremoto.

B1

De brug liep structurele schade op na de aardbeving.

La empresa sufrió una reestructuración completa el año pasado.

B2

Het bedrijf onderging vorig jaar een volledige herstructurering.

Woordverbindingen

Synoniemen

Indicative

Present

yosufro
sufres
él/ella/ustedsufre
nosotrossufrimos
vosotrossufrís
ellos/ellas/ustedessufren

Imperfect

yosufría
sufrías
él/ella/ustedsufría
nosotrossufríamos
vosotrossufríais
ellos/ellas/ustedessufrían

Preterite

yosufrí
sufriste
él/ella/ustedsufrió
nosotrossufrimos
vosotrossufristeis
ellos/ellas/ustedessufrieron

Subjunctive

Present Subjunctive

yosufra
sufras
él/ella/ustedsufra
nosotrossuframos
vosotrossufráis
ellos/ellas/ustedessufran

Imperfect Subjunctive

yosufriera
sufrieras
él/ella/ustedsufriera
nosotrossufriéramos
vosotrossufrierais
ellos/ellas/ustedessufrieran

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "sufrió" in het Spaans:

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: sufrió

Vraag 1 van 2

Welke zin gebruikt 'sufrió' correct om een voltooide handeling te beschrijven?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
viviópartió
📚 Etymologie

Het woord komt van het Latijnse werkwoord *sufferre*, wat 'dragen', 'ondergaan' of 'doorstaan' betekent. Het deelt een stam met het Nederlandse woord 'suffen' (hoewel 'suffen' in het Nederlands een andere betekenis heeft gekregen), maar de etymologische link met 'lijden' is sterker. Het is vergelijkbaar met het Engelse 'suffer', wat de herkenning makkelijker maakt.

Eerste vermelding: Medieval Spanish (around 13th century)

Cognaten (Verwante woorden)

English: sufferPortuguese: sofreu

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Is 'sufrió' een regelmatige of onregelmatige werkwoordsvorm?

'Sufrió' komt van het werkwoord 'sufrir', wat een regelmatig '-ir' werkwoord is in de onvoltooid verleden tijd (Pretérito). Dit betekent dat de stam (sufr-) niet verandert, wat de vervoeging eenvoudig maakt.

Wat is het verschil tussen 'sufrió' en 'padeció'?

Beide betekenen 'leed'. 'Sufrió' (van sufrir) is heel gebruikelijk en algemeen. 'Padeció' (van padecer) is iets formeler en wordt meestal gereserveerd voor langdurige of ernstige fysieke of mentale kwalen (zoals chronische ziekte of diep verdriet).