sufrió
“sufrió” betekent “leed” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
leed, maakte mee
Ook: doorstond
📝 In Actie
Ella sufrió mucho por la pérdida de su mascota.
A2Ze leed veel onder het verlies van haar huisdier.
El equipo sufrió una derrota inesperada ayer.
B1Het team leed gisteren een onverwachte nederlaag.
¿Usted sufrió algún daño en el accidente?
B1Heeft u schade opgelopen bij het ongeval?
onderging
Ook: opgelopen
📝 In Actie
El puente sufrió daños estructurales tras el terremoto.
B1De brug liep structurele schade op na de aardbeving.
La empresa sufrió una reestructuración completa el año pasado.
B2Het bedrijf onderging vorig jaar een volledige herstructurering.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: sufrió
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'sufrió' correct om een voltooide handeling te beschrijven?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
Het woord komt van het Latijnse werkwoord *sufferre*, wat 'dragen', 'ondergaan' of 'doorstaan' betekent. Het deelt een stam met het Nederlandse woord 'suffen' (hoewel 'suffen' in het Nederlands een andere betekenis heeft gekregen), maar de etymologische link met 'lijden' is sterker. Het is vergelijkbaar met het Engelse 'suffer', wat de herkenning makkelijker maakt.
Eerste vermelding: Medieval Spanish (around 13th century)
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Is 'sufrió' een regelmatige of onregelmatige werkwoordsvorm?
'Sufrió' komt van het werkwoord 'sufrir', wat een regelmatig '-ir' werkwoord is in de onvoltooid verleden tijd (Pretérito). Dit betekent dat de stam (sufr-) niet verandert, wat de vervoeging eenvoudig maakt.
Wat is het verschil tussen 'sufrió' en 'padeció'?
Beide betekenen 'leed'. 'Sufrió' (van sufrir) is heel gebruikelijk en algemeen. 'Padeció' (van padecer) is iets formeler en wordt meestal gereserveerd voor langdurige of ernstige fysieke of mentale kwalen (zoals chronische ziekte of diep verdriet).

