vivían
“vivían” betekent “ze woonden vroeger” in het Spaans (beschrijft een gewoonte of langdurige toestand in het verleden).
ze woonden vroeger, ze waren aan het wonen
Ook: jullie woonden vroeger
📝 In Actie
Mis abuelos vivían en una casa pequeña cerca del mar.
A2Mijn grootouders woonden vroeger in een klein huis bij de zee.
Mientras ellos vivían en Madrid, aprendieron mucho español.
A2Terwijl ze in Madrid woonden, leerden ze veel Spaans.
Ustedes vivían muy felices en ese barrio.
B1Jullie woonden heel gelukkig in die buurt.
🔄 Vervoegingen
subjunctive
imperfect
present
indicative
preterite
imperfect
present
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: vivían
Vraag 1 van 1
Welke zin beschrijft correct een langdurige woonsituatie in het verleden?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Afgeleid van het Latijnse woord 'vivere', wat 'in leven zijn' of 'verblijven' betekent. De uitgang '-ían' ontwikkelde zich in het Spaans om aan te geven dat een actie in het verleden voortdurend of herhaaldelijk was.
Eerste vermelding: 12th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'vivieron' en 'vivían'?
'Vivieron' (Pretérito Indefinido) is voor een afgeronde gebeurtenis (Ze woonden daar een jaar en zijn toen vertrokken). 'Vivían' (Imperfecto) is voor beschrijvingen of gewoonten (Ze woonden daar vroeger / Ze waren daar aan het wonen toen er iets gebeurde).
Kan 'vivían' ook 'jullie' betekenen?
Ja! Zowel in Spanje als in Latijns-Amerika is 'vivían' de vorm die gebruikt wordt voor 'ustedes' (u/jullie meervoud) bij het beschrijven van het verleden.