Inklingo

Hoe zeg je "aanrijden" in het Spaans

Dutch → Spaans

atropellar

/ah-troh-peh-yahr//atɾopeˈʎaɾ/

verbA2neutraal
Gebruik 'atropellar' wanneer een voertuig (zoals een auto of fiets) een persoon of dier raakt of overrijdt.
Een speelgoedauto bij een kleine speelgoedhond die is omgevallen op een speelmat.

Voorbeelden

El ciclista atropelló a un peatón por ir demasiado rápido.

De fietser reed een voetganger aan omdat hij te hard ging.

El coche atropelló a un perro en la calle.

De auto reed een hond aan in de straat.

Ten cuidado al cruzar, no dejes que te atropellen.

Wees voorzichtig bij het oversteken; laat je niet aanrijden.

La gente se atropellaba para entrar primero al concierto.

Mensen haalden elkaar neer om als eerste het concert binnen te komen.

De Persoonlijke 'a'

Omdat je met dit werkwoord meestal een persoon of huisdier raakt, moet je bijna altijd 'a' voor het slachtoffer plaatsen. Voorbeeld: 'Atropelló a Juan' (Hij reed Juan aan). Dit is vergelijkbaar met hoe we in het Nederlands soms de 'de' of 'het' weglaten bij specifieke personen, maar hier is het een grammaticale regel voor levende wezens.

Gebruik van 'Se' voor menigten

Wanneer veel mensen elkaar duwen, gebruiken we de 'se'-vorm: 'la gente se atropella' (mensen duwen elkaar omver). Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse 'zichzelf' of 'elkaar' in wederkerende zinnen.

Vergeet de 'a' niet

Fout:El coche atropelló el hombre.

Correctie: El coche atropelló al hombre. (We gebruiken 'al', wat 'a + el' is, omdat het lijdend voorwerp een persoon is.) Dit is een veelvoorkomende fout voor Nederlandstaligen die gewend zijn aan de directe objectconstructie zonder voorzetsel.

aparcar

/ah-par-KAR//apaɾˈkaɾ/

verbA1neutraal
Gebruik 'aparcar' als je bedoelt dat een voertuig ergens geparkeerd wordt, vooral als het om een oprit of een specifieke parkeerplek gaat.
Een kleine blauwe auto die netjes tussen twee witte lijnen op een parkeerplaats staat.

Voorbeelden

Tengo que aparcar el coche antes de que llegue la grúa.

Ik moet de auto parkeren voordat de sleepwagen arriveert.

No puedo aparcar aquí porque es un vado.

Ik kan hier niet parkeren omdat het een oprit is.

¿Dónde aparcaste el coche anoche?

Waar heb je de auto gisteravond geparkeerd?

Es casi imposible aparcar en el centro un sábado.

Het is bijna onmogelijk om op zaterdag in het centrum te parkeren.

De 'C' wordt 'QU'

Om de harde 'K'-klank te behouden, verandert de 'c' in 'qu' wanneer de volgende letter een 'e' is. Dit gebeurt in de 'yo'-vorm van de verleden tijd (aparqué) en in alle vormen van de conjunctivo (subjuntivo) (aparque).

Spelfout in de verleden tijd

Fout:Yo aparcé el coche.

Correctie: Yo aparqué el coche. (Onthoud dat je 'qu' moet gebruiken om de klank van het woord consistent te houden!)

Verwarring tussen 'atropellar' en 'aparcar'

De meest gemaakte fout is het verwarren van 'atropellar' (iemand/iets aanrijden) met 'aparcar' (parkeren). Onthoud dat 'atropellar' altijd te maken heeft met een botsing met een levend wezen of object door een voertuig, terwijl 'aparcar' puur over het stallen van een voertuig gaat.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.