Hoe zeg je "adres" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “adres” is “dirección” — gebruik dit woord wanneer je het fysieke adres van een woonplaats of een gebouw bedoelt, zoals je dat in het Nederlands ook zou doen.
Dutch → Spaans
dirección
zelfstandig naamwoordA1neutraal
Gebruik dit woord wanneer je het fysieke adres van een woonplaats of een gebouw bedoelt, zoals je dat in het Nederlands ook zou doen.
Voorbeelden
¿Cuál es tu dirección?
Wat is uw adres?
seña
zelfstandig naamwoordB1informeel
Gebruik dit woord als je de fysieke locatie van een gebouw bedoelt, of als je om (contact)gegevens vraagt die helpen de locatie te vinden, soms met een nadruk op herkenningstekens.
Voorbeelden
¿Me puedes dar tus señas?
Kun je me je adres/contactgegevens geven?
Dirección vs. Seña
De meest gemaakte fout is het gebruiken van 'seña' waar 'dirección' beter past, vooral in formele contexten. 'Dirección' is altijd correct voor het fysieke adres, terwijl 'seña' specifieker is en soms ook kenmerken of details van de locatie kan impliceren.
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.