Hoe zeg je "besmetten" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “besmetten” is “contagiar” — gebruik dit woord wanneer je wilt zeggen dat je een ziekte of virus overdraagt op iemand anders, of dat je ziek wordt door een ander..
contagiar
/kon-ta-HYAHR//kontaˈxjaɾ/

Voorbeelden
No quiero contagiarte mi resfriado.
Ik wil je niet besmetten met mijn verkoudheid.
Lávate las manos para no contagiar a los demás.
Was je handen om het niet op anderen over te dragen.
Él contagió la gripe a toda su familia.
Hij droeg de griep over op zijn hele familie.
Gebruik van 'a' bij personen
Wanneer je de specifieke persoon noemt die je besmet, moet je het woord 'a' vóór hun naam of de persoon gebruiken (bijv. 'contagiar a María'). In het Nederlands gebruiken we dit niet; we zeggen 'iemand besmetten met' of 'iemand iets overdragen'.
Besmetten vs. Besmet raken
'Contagiar' is de actie van het geven van de ziektekiemen aan iemand anders. Als jij degene bent die ziek wordt, voeg je meestal een 'se' toe aan het einde: 'contagiarse'. Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse 'zichzelf besmetten' of 'besmet raken'.
Verkeerd voorzetsel
Fout: “Me contagió de la gripe.”
Correctie: Me contagió la gripe. In het Spaans besmet je 'de ziekte' direct aan iemand, je zegt niet meestal 'met' of 'van' de ziekte. Dit is anders dan in het Nederlands waar we vaak 'besmetten met' gebruiken.
infectar
/een-fek-TAR//iɱfekˈtaɾ/

Voorbeelden
Lávate la herida para que no se llegue a infectar.
Was je wond zodat deze niet geïnfecteerd raakt.
El virus puede infectar a personas de todas las edades.
Het virus kan mensen van alle leeftijden infecteren.
Es importante desinfectar las superficies para no infectar a los demás.
Het is belangrijk om oppervlakken te desinfecteren om anderen niet te infecteren.
Het gebruik van de 'se'-vorm
Wanneer een wond uit zichzelf geïnfecteerd raakt, gebruik je 'infectarse'. Voorbeeld: 'La herida se infectó' (De wond raakte geïnfecteerd). Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse 'raakte geïnfecteerd'.
Infecteren 'met' iets
Gebruik het woord 'con' om te beschrijven wat de infectie veroorzaakt. Voorbeeld: 'Infectar con una bacteria' (Infecteren met een bacterie). Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse 'infecteren met'.
Infectar vs. Infestar
Fout: “La cocina está infectada de cucarachas.”
Correctie: La cocina está infestada de cucarachas. Gebruik 'infectar' voor ziektekiemen/virussen en 'infestar' voor ongedierte zoals insecten of ratten. Dit onderscheid is vergelijkbaar met het Nederlandse 'infecteren' en 'vervuilen' of 'bevolken' (in de negatieve zin).
Contagiar vs. Infectar
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

